40 jaar geleden verliet Monique Dehaese (42) het weeshuis van Pondicherry

Bijgewerkt op: 1 nov 2020


“Met mijn gat in de boter gevallen in de Zoutstraat van Henri en Lutgarde”

Monique Dehaese (42) is even Truiens als pakweg Jef Cleeren. Enkel haar donkere huidskleur en de geboorteplaats op haar paspoort verraden haar Indische afkomst.  Weinig mensen weten dan ook dat ze haar twee eerste levensjaren in een Indisch weeshuis heeft doorbracht. Nu al weer 40 jaar geleden.


Geen idee wie mijn biologische ouders zijn”, steekt de 42-jarige Monique Dehaese van wal. Via het Gentse adoptiebureau  ‘De Vreugdezaaiers’ van de uit Halmaal afkomstige Truiense minderbroeder Joseph Delooz, arriveerde Monique veertig jaar geleden op Zaventem. “Mijn échte ouders zijn en blijven Lutgarde en Henri van de Zoutstraat die mij sinds 1980 met de beste zorgen hebben omringd. Ik ben daar met mijn gat in de boter gevallen!”  Al heeft ze haar biologische ouders wel proberen te zoeken. “Ja, heel toevallig eigenlijk. Dankzij vrienden Toon en Leentje ben ik samen met mijn toenmalige vriend Filip teruggekeerd naar mijn roots. Toon verbleef er voor zijn werk op 160 km van de Zuid-Oost Indiase stad Pondicherry."


In picture: Monique Dehaese

Mijn dossier

"Op zich eigenlijk geen afstand, maar dat was buiten de Indische wegen gerekend", gaat Monique verder. "Met een 4x4 hobbelden we door het Indische platteland en hebben we uiteindelijk het weeshuis waar ik de twee eerste jaren van mijn leven verbleef, gevonden en bezocht. Ondertussen was het geen weeshuis meer, maar een tehuis voor mentaal en fysiek gehandicapte kinderen. Toch hebben we er ‘mijn dossier’ gevonden. Van mijn biologische ouders of andere familieleden weten we niets.  En dat hoeft ook niet, ik ben er eigenlijk niet naar op zoek.”


lees verder onder de foto's


In picture: van l.n.r. Monique op haar tweede, haar dossier, samen met papa Henri

Gelovig

“Of het feit dat de zeer katholieke Vreugdezaaiers mij een toekomst hebben gegeven, mij nu ook gelovig maakt? Goh, dat is een moeilijke vraag. Ja, ik ben gelovig, maar welke term ik er precies op zou plakken weet ik nog niet. Ik probeer mijn dochters Sien (13) en Fran (11) alleszins op te voeden naar mijn waarden, tradities en normen. Ik heb ook nog lang gecorrespondeerd met Sister Mary, die ook verbonden was met het weeshuis waar ik zat. Maar goed, dan begint jouw leven en verdwijnt dat allemaal wat naar de achtergrond.”

Racisme

Black Lives Matter. We konden er de afgelopen zomer niet omheen. Mensen kwamen wereldwijd samen in de strijd tegen racisme. Maar is racisme nu echt nog zo aanwezig in pakweg Sint-Truiden anno 2020?  “Ook al word ik er weinig mee geconfronteerd, racisme is er vast en zeker wel. Ook in Sint-Truiden, vrees ik. Maar ik bleef en blijf er alleszins van gespaard. Af en toe kreeg ik tijdens mijn jeugd wat flauwe opmerkingen over mijn huidskleur. Maar goed, ik denk dat iedereen die er anders uitzag met een beugel, bril of rood haar dit al wel eens meemaakte.  Maar om nu te zeggen dat ik er problemen mee gehad heb, neen, dat niet. Ik heb een gewone, plezante jeugd gehad. Met fantastische ouders en familie, leerkrachten, dansleraar, vriendinnen van de jeugdbeweging en andere mensen om me heen. Alleen het Truiens dialect is er, ondanks verwoede pogingen van mijn ouders, nooit van gekomen. Uiteindelijk denk ik dat de Truienaren mij een even echte Bink vinden net zoals Jef Cleeren er één is (lacht). Ach weet je, Sint-Truiden is eigenlijk best een verdraagzame stad.”


1,804 keer bekeken0 reacties