De Wereld van Tony De Voeger: "De kerstboom van de Spaansebrugstraat"
- Tony De Voeger

- 26 dec 2025
- 3 minuten om te lezen

In 1975 was ik 9 jaar oud. In 1975 was ik 50 jaar kleiner dan dat ik nu ben. Hoe groot was die boom echt?
De kerstboom komt bijna tot aan het plafond. Mijn kleinzoon trekt aan een tak om te kijken of hij wel stevig staat. De boom geeft geen krimp. Hij pakt de langste sliert kerstlampjes van de grond en begint rondjes te draaien. Hij wikkelt zijn lichaam in licht. Hij is de mooiste blinde vink die ik ooit in m’n leven heb gezien.
Schaterlachend zegt hij dat ik een foto van hem moet maken. Ik pak mijn telefoon en maak een foto van mijn kleinzoon. Maar kijk toch nu eens, dat rijmt! Je weet het of je weet het niet lieve mensen, soms rijmen de dingen gewoon. Zeker bij de kerstdagen. Nu kan ik onopgemerkt een gsm van de telefoon maken zodat het niet meer rijmt, maar soms rijmen de dingen gewoon.
"Is dit de grootste kerstboom die je ooit hebt gezien, opa?" Ik kijk naar de boom. Hij is net iets langer dan twee meter. Als ik tegen onze boom zou moeten volleyballen, zou ik ongetwijfeld verliezen. Maar het is niet de grootste kerstboom die ik ooit heb gezien. In 1975 kochten mijn vader, mijn moeder en ik de grootste kerstboom ooit op de hoek van de Spaansebrugstraat. Alhoewel, mijn vader kocht de boom en mijn moeder en ik keken naar hoe hij een bruin briefje van duizend frank aan de verkoper gaf.
Sint-Anneke
Toen nam hij de boom op en legde hem op zijn rechterschouder. De boom was zo groot dat mijn moeder en ik dachten dat mijn vader in tweeën zou breken, maar mijn vader brak niet. Hij liep gewoon door. Hij liep Sint-Anneke in en wij liepen trots achter hem aan. Voorbijgangers vroegen aan hem of ze hem misschien konden helpen met dragen, maar hij had geen hulp nodig. En op die dag zag ik voor de eerste keer in mijn leven waarom mijn moeder verliefd op mijn vader was geworden.
"Ja, dit is de grootste kerstboom die ik ooit heb gezien," zeg ik tegen mijn kleinzoon. Hij weet niet dat ik lieg. En om eerlijk te zijn weet ik het zelf ook niet zo heel zeker. Hoe ouder ik word, des te minder ik nog op mijn jeugdherinneringen vertrouw. Hoe verder ik terug moet kijken, hoe groter de kans is dat ik een kroniek van een herinnering heb gemaakt.
In 1975 was ik 9 jaar oud. In 1975 was ik 50 jaar kleiner dan dat ik nu ben. Hoe groot was die boom echt? Ik sluit mijn ogen en zie mijn vader lopen. Hij draagt winterbotten die mij nu zouden passen. De boom op zijn schouders is zo groot dat hij er de maan mee kan wegduwen. Ik ga naast hem lopen en vraag of ik hem kan helpen.
Hij is zo moe dat hij de 59-jarige versie van zijn zoon niet herkent. “Volgen jullie nog?” Mijn vader probeert zich om te draaien, maar de boom is te groot. Hij schreeuwt nu of mijn moeder en ik nog achter hem lopen. We zeggen niets, maar hij hoort wel hoe we heel hard ons best doen om niet te lachen.
"Is dit de grootste kerstboom die je ooit hebt gezien?" vraagt mijn vader aan de oudere ik, terwijl we thuis de straat in lopen. Ik zeg ja, maar ik hoop dat ik lieg.





Opmerkingen