Voor het vierde jaar op rij geen belasting voor Chaussée d' Amour: "Stad misloopt € 680.000"


Free love. In Sint-Truiden kan je dat fiscaal gezien best letterlijk nemen. Want daar geraakt de taks op eroshuizen sinds 2017 gewoonweg niet meer geïnd. Net daarom heeft het Truiense stadsbestuur nog maar eens een nieuw belastingsreglement uitgedokterd. Al heeft de oppositie ernstige vragen bij de haalbaarheid


Sint-Truiden heeft altijd al een wat hypocriete relatie met haar bekende Chaussée d’Amour gekend. Zowel Ludwig Vandenhove (Vooruit), burgemeester van 1995 tot 2012, als Veerle Heeren (CD&V) probeerden de Chaussée d'Amour in te dijken door het de bars financieel moeilijk te maken en de ‘lovetaks’ systematisch te verhogen. In 1992 was dat nog jaarlijks 20.000 Belgische frank per personeelslid. "Met 53 ingeschreven diensters in 26 bars leverde dat de stad ruim één miljoen frank op. In 1993 kwam daar een nieuw reglement, dat bareigenaars verplichtte 25.000 frank per dienster te betalen. In 1998 was het bedrag per dienster in Sint-Truiden al meer dan verdubbeld, tot 50.000 frank", rekende journalist Thomas Jansens van de krant HBVL afgelopen zomer uit. "Daarna volgde er een nieuwe berekeningswijze, met categorieën. Wanneer de bar plaats bood aan één of twee vrouwen, moest de uitbater 85.000 frank betalen. Voor drie of vier vrouwen was dat 160.000 frank, bij vijf of meer dames 280.000 frank. Amper drie jaar later werden die bedragen al verdubbeld."

Per vierkante meter

Dat die belasting enkel gold voor bordelen en niet voor horecazaken, schoot bij de uitbaters meteen in het verkeerde keelgat. Een rechtszaak dreigde en het belastingsreglement belandde in de prullenmand. Belastingen voor bars hingen daarna niet langer af van het aantal diensters, wel van de grootte van het bordeel. Per vierkante meter. Dat kostte een bar in 2006 tussen de 4.300 en 6.800 euro per jaar, in 2012 was dat al opgelopen tot 5.160 euro voor de kleinste bordelen en ruim 8.000 euro voor de grootste.



Schimmige bvba's

Maar het familiale karakter van de bar verdween en steeds meer zaken vielen in handen van Oost-Europeanen. Die uitbaters, vaak stromannen, verscholen zich achter allerhande schimmige bvba's. Daardoor werd het voor de stad steeds moeilijker om te achterhalen wie ze verantwoordelijk moeten stellen wanneer die belasting niet betaald wordt. Zo stond er in 2017 nog een rekening open van 300.000 euro aan niet-betaalde 'erostaksen'. Het Truiense stadsbestuur dacht daar echter een mouw aan te passen. 'Wanneer de uitbater van de bar onbekend is, zouden ze voortaan de belasting bij de huurder of zelfs de eigenaar van het pand innen', gaat Thomas Jansen in zijn artikel van 3 juli 2021 in HBVL verder. “Kan niet”, oordeelden de baruitbaters, die naar de rechtbank trokken en deels gelijk kregen. In afwachting van juridische duidelijkheid besliste de stad om dan maar helemaal geen belastingen meer te innen. Bijgevolg kreeg de stad de voorbije drie jaar welgeteld nul euro binnen wat de belastingen voor de bordelen betreft. Alleen al in 2018 en 2019 liep de stad zo naar schatting 340.000 euro mis. Vandaag stapelt dat verlies zich al op tot 680 000 euro.


Nieuw reglement

Maar als het van schepen van Financiën Jo Francois afhangt komt daar verandering in. "We hebben nu een nieuw reglement uitgewerkt en dat belast niet langer de uitbater maar wel de eigenaar van het pand. Dat is administratief en juridisch veel eenvoudiger”, laat François vandaag in de krant HBVL optekenen. “Er gaan trouwens enorme bedragen rond in dit milieu, en gelijktijdig veroorzaken hun activiteiten overlast. De inzet van politie willen we doorrekenen. Vandaar dus het basistarief van 10.000 euro. Maar als het om een groter pand gaat, kan het oplopen tot maximaal 15.000 euro.”


Slordig

“Het zou er nog aan mankeren”, reageert gemeenteraadslid Ludwig Vandenhove (Vooruit). “Het is logisch dat er op inkomsten belastingen betaald worden. Wat erger is, is dat ondertussen de stad Sint-Truiden heel wat geld verloren heeft, omdat er voor de dienstjaren 2018, 2019, 2020 en 2021 geen belastingen geïnd zijn. Op basis van cijfers van de vorige jaren betekent dit een minimaal verlies van 680 000 euro. Wat een slordig bestuur. Waarom heeft Francois zolang gewacht om deze belasting opnieuw te heffen? Waarom hadden ze niet gewoon verder geborduurd op het belastingreglement vanuit mijn periode als burgemeester? Waarom hadden ze zich niet geïnformeerd in andere gemeenten, waar gelijkaardige reglementen bestaan? Neen, zij moesten het weer anders, lees beter doen, want wat wij deden, was slecht. Gevolg: problemen met de hogere overheid."


Benieuwd

"Het nieuwe belastingreglement geldt niet langer voor de uitbaters, wel voor de eigenaars van de panden", gaat Vandenhove verder. "Dat moet zogezegd de inning vlotter laten verlopen. Naar de toekomst toe is het de bedoeling 'om de onroerende voorheffing te optimaliseren voor deze groep van percelen'. Ik ben benieuwd of deze nieuwe regeling wel de goedkeuring van de hogere overheid zal krijgen.”


321 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven