top of page
t_high.png

Wat Sint-Truiden kan leren van een Zeeuws stadje

Een weekje Zeeland. Yerseke als uitvalsbasis, een degelijke bed & breakfast, een goed ontbijt. En dan, op aanraden van gastvrouw Janneke: een dagje Middelburg.

Wat volgde, was onverwacht ontnuchterend, maar dan in de goede zin.


Middelburg ligt op Walcheren, een van de eilanden van Zeeland. Geen kustplaats, geen toeristische trekpleister van formaat. Toch kost parkeren er voor een volledige dag amper acht euro, in een ondergrondse parking pal in het stadscentrum. Een klein detail, maar het zet meteen de toon.


Nul leegstand

Eenmaal boven, begint het pas echt. De leegstand? Die is er niet. Letterlijk niet. Geen rolluiken, geen lege etalages, geen met papier afgeplakte ramen. In de plaats: een aanbod van winkels dat opvalt door zijn originaliteit. Kleine boetiekjes met een eigen identiteit, concepten die vertrekken vanuit de visie van de uitbater, niet vanuit een internationaal franchiseboekje. Zo is er een zaak die uitsluitend wit voert: witte vloer, witte muren, witte kleding. Beangstigend bijna, maar net daardoor onvergetelijk. Een andere winkel verhuisde recent van een zijstraat naar de hoofdstraat, en maakte van die verhuis meteen het concept van zijn naamsverandering. Naast die zelfstandige uitbaters ook de vertrouwde nationale ketens, maar in de juiste verhouding. De horeca is goed gespreid over de stad: een koffie naast een boetiek, een lunchzaak in de buurt, terrassen op de grote markt.



Marketing als fundament

In een babbel met een boetiekuitbaatster, terwijl gezellin Tiba iets paste, werd duidelijk waar dat succes op steunt. Het stadsbestuur en de toeristische dienst spelen een actieve rol. De toeristische dienst heeft zelfs een prominente plek in het centrum gekregen: een groot gebouw met een inventieve boekhandel, een lunchruimte, een koffiebar. Een uitnodigende plek die bezoekers naar binnen trekt en meteen iets verkoopt. Dat is geen toeval. Dat is beleid.


De vergelijking dringt zich op

Terug in Sint-Truiden dringt de vergelijking zich op, en die is niet mild. Middelburg heeft qua historisch erfgoed minder te bieden dan Sint-Truiden, dat de zesde belangrijkste historische stad van België is. Toch trekt het meer volk, houdt het zijn handelaars en floreert het centrum. Omdat het wordt gerund als een bedrijf: met een heldere marketingstrategie, met creativiteit als selectiecriterium voor nieuwe handelaars, met propere straten, voldoende vuilbakken en een imago dat bewust wordt gebouwd. Sint-Truiden kampt ondertussen met toenemende leegstand, een eenzijdige horeca, een opvallend hoog aantal kapperszaken en nachtwinkels, en een stadsbestuur dat zijn toevlucht zoekt in excuses. "Het is overal hetzelfde." "Het is een beslissing van het vorig bestuur." "De stad heeft geen geld meer." Maar Middelburg bewijst: het hoeft niet overal hetzelfde te zijn.


Een smaakmanager, geen excuus-truus

Wat Sint-Truiden nodig heeft, is iemand die creatieve handelaars naar de stad lokt. Een soort smaakmanager: iemand met creativiteit in de genen, die het centrum opnieuw positioneert als een aantrekkelijke bestemming, voor bezoekers én voor ondernemers. Want de redenering is eenvoudig: meer bezoekers betekent meer omzet voor handelaars en horeca, meer omzet betekent meer belastinginkomsten, en die vullen de stadskas die men nu leeg verklaart. De middelen zijn er. Het historisch patrimonium is er. De ligging is er. Wat ontbreekt, is ambitie. Burgers die voelen dat hun stad verbetert, worden vanzelf ambassadeurs. En ambassadeurs kosten niets. Het wordt tijd dat het stadsbestuur de mouwen opstroopt, en ophoudt met recepties aflopen voor de volgende verkiezingscampagne.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page