De Wereld van Tony De Voeger: "De minnares van Chateau de La Motte"
- Tony De Voeger

- 20 uur geleden
- 3 minuten om te lezen

Op zijn begrafenis zit ze op de zesde rij. Ze hoort eigenlijk op de eerste rij te zitten, maar de enige andere persoon die weet waar ze eigenlijk hoort te zitten, ligt in de kist. Zijn vrouw en kinderen zitten op de eerste rij. Naast de jongste dochter zit een broer met wie hij altijd ruzie had. De broer draagt grijze sportschoenen onder zijn zwart kostuum.
Ze was zo'n dertig jaar zijn buitenechtelijke relatie, maar die term gebruikt ze liever niet. Buiten is het koud. Buiten staat het hondenhok. Buiten hangt de was aan de draad. Buiten slapen daklozen in ongewassen onderbroeken en sokken met gaatjes. Buiten is niet binnen. Buiten leven dingen die nooit echt meegerekend zullen worden. Diep van binnen voelde hun relatie niet buitenechtelijk. Dat weet ze. Ze kent hem beter dan iedereen die in deze aula zit.
Zijn zoon draagt een gedicht voor van een dichter waar zijn vader de schijt aan had. Tijdens het voordragen huilt de jongen zijn wangen schoon. Het is een knappe jongen. Hij lijkt echt op zijn vader. āExcuseer, dat ik zo slecht voordraag. Dit is nog maar de eerste keer dat mijn vader sterft. De volgende keer zal ik beter mān best doen.ā De zaal lacht, maar het gezicht van de zoon verraadt dat hij hierover geen gelach had verwacht.Ā
Na de zoon is het de beurt aan zijn echte vrouw. Ze vertelt over de eerste keer dat ze hem zag. En over hun eerste afspraak die zondagnamiddag in de Montini. Over de eerste kus en de laatste kus en alles wat zich daar tussenin voltrok. Over een concert in Antwerpen en het in elkaar zetten van de bedden van de kinderen.
De vrouw op de zesde rij kijkt naar de foto die voor de kist staat. Dan kijkt ze naar de foto op haar telefoon. Ze maakte hem een paar weken voordat hij van een man in een lange witte jas te horen kreeg dat hij ging sterven. Ze maakte hem in een van de hotelkamers van Chateau de la Motte in Groot-Gelmen. Ze vond dat hij er zo gelukkig uitzag.Ā Er was voetbal op televisie, er was roomservice, het bad was bijna volgelopen en er hing romantiek in de lucht. Ze pakte haar telefoon en maakte een foto van zijn gezicht. De bewuste foto is al meer dan een jaar de achtergrondĀafbeelding op haar telefoontoestel.
Nadat hij begraven is, gaat ze naar binnen om nog even naar het toilet te gaan. Ze pakt een brief uit haar tas en gaat naast de wc-pot zitten. Ze leest de brief op. Ze is er heilig van overtuigd dat hij haar kan horen.Ā Dat haar stem via de pot ergens de grond ingaat. Hij moet haar hier wel kunnen horen. Het kan niet anders.
"Ik wil je bedanken voor de laatste dertig jaar. Het was vast niet makkelijk voor je. Je was er voor je gezin en je was er voor mij. Je hebt me laten zien wat liefde was terwijl je zelf al een liefde had. De meeste mensen zullen je wel een smeerlap vinden. Een klootzak. Een egoĆÆst. Ze zullen vinden dat je van twee borden tegelijk at, maar je at niet, nee, je voerde ons allemaal." Ze staat op, trekt de wc door en loopt naar de uitgang. De vrouw loopt bibberend in de richting van de parking.Ā Buiten is nog nooit zo kil en koud geweest.




Opmerkingen