top of page
t_high.png

De Wereld van Tony De Voeger: "De Twee buurmannen"


In mijn straat wonen twee oudere mannen samen. Ze zijn mijn favoriete buurmannen. Een keer in de week krijg ik een papiertje in de brievenbus waarop de boodschappen staan die ik voor ze moet halen. Blikjes bier. Sigaretten. Whisky. Voorgesneden frieten. Lange hamburgers. Vochtig toiletpapier.

 

Op de vloer van de living liggen boeken en asbakken. Aan de muur hangen foto’s van hun vrouwen, die al een tijdje het tijdelijke voor het eeuwige hebben ingeruild. Altijd als ik binnenkom, wijzen ze naar die foto’s. Ze wonen samen, maar ze wonen niet samen. Van enige romantiek is geen sprake.

 

“We vallen niet op elkaar, maar we vallen wel met elkaar,” zegt de oudste buurman. Hij leunt op z’n wandelstok en kijkt hoe ik de voorgesneden frietjes en het bier in een lege frigo schuif. “Dat weet ik toch. Ik kom hier al jaren.” “We hebben alleen elkaar nog. Voor de rest blijft er niet veel meer over.” “Eten jullie wel goed?” “De jongste van ons getweeën regelt het eten. Hij bestelt soms eten met zijn telefoon. Gisteren hebben we pizza’s van Fontanella laten leveren. Van die zachte platte dingen met een harde korst.”

 

“Er zaten ook stukjes ananas in. Ik weet nog een keer dat ik tegen mijn vrouw zei dat ik haar zou verlaten als ze me fruit te eten gaf. Daar heb ik nu wel veel spijt van. Ik wou dat ik een keer met haar zo’n pizza had kunnen eten. Heb je al sigaretten gehaald?” Ik haal twee pakjes L&M uit mijn jaszak en leg ze op de grond langs de asbakken.

 

“Ik leerde mijn vrouw kennen in de Ardennen. Op een warme dag in Coo. Zij was er op vakantie en ik was er aan het werk. Op een vrije dag volgde ik de rivier en daar zag ik haar. Ze droeg een wit badpak. Ze stond onder de waterval en ik was jaloers op de waterval. We raakten aan de babbel. Een half uurtje later liet ze me al haar muggenbeten zien. Toen werd ik jaloerser op die muggen dan op de waterval.”

 

Ik luister naar de oude man. Had ik toch maar een doosje pralines meegenomen. Van Leonidas. Mooie verhalen verdienen Leonidas pralines, en deze man heeft altijd schitterende verhalen. De andere man komt bij ons staan. Hij zegt dat hij iets verdrietigs heeft gelezen.

 

“Er is een man ergens in Afrika en die zaagt de slagtanden van de olifanten af. Voor zo’n grote tand betalen mensen duizenden dollars, maar hij doet het dus niet voor het geld. Nee, hij verminkt die beesten, zodat ze niet meer interessant zijn voor de stropers.” “In Sint-Truiden doen we dat met onze rollators. We maken onze rollators extra lelijk, zodat ze niet worden gestolen.” “Maar zo’n olifant krijgt dus een verdovingspijltje in zijn lichaam geschoten en als hij weer wakker wordt, is hij zijn tanden kwijt. Zijn trots. Zijn wapens. Weg!” “Gaat zo’n olifant ooit naar een tandarts?” vraag ik. “Dat weet ik niet, maar daar gaat het niet om. Dat beest is alleen maar veilig als het wapen er niet meer is.”

 

“Onze vrouwen waren onze wapens ,” zegt de wandelstok. De jongste van de twee zucht. De oude mannen gaan tegenover elkaar staan en wrijven kortstondig met hun handen over elkaars rug.

 

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page