top of page
t_high.png

De wereld van Tony De Voeger: "De eeuwig twijfelende deurwaarders"

 

Mijn bel gaat. Ik doe de deur open in mijn zwarte boxershort. Dit is wel niet mijn allermooiste onderbroek. Onderaan de trap staan twee mannen. De ene is redelijk oud en de andere is nog redelijk jong.

 

Ze kijken omhoog. In hun ogen kan ik zien wat hun beroep is. Ik zie angst, ongeïnteresseerdheid, macht en een beschamende schaamte. Dit zijn twee deurwaarders. De oude man kijkt naar de jongeman en maakt met zijn rechterhand het ‘kom maar door, we hebben niet de ganse dag tijd’ gebaar. De jongen tikt met zijn wijsvinger op een iPad en zegt daarna waarom ze onderaan mijn trap staan. Hij kijkt me niet aan tijdens het praten. Ik begrijp hem. Als ik een deurwaarder zou zijn, zou ik ook niemand aankijken. Ogen maken alles veel ingewikkelder. In ogen zie je de miserie. De ellende. De schrikbarende wanhoop.

 

“Wanneer wilt u eigenlijk gaan betalen meneer?” “Onmiddellijk.” “Dat zal waarschijnlijk niet lukken, meneer. Onze betaalterminal heeft z’n kuren vandaag.” “Dan schrijf ik het straks over.” “Dat zegt iedereen, meneer.” “Als je me niet aankijkt, hoef je ook geen meneer meer tegen me te zeggen. Dat werkt zo niet.” “We horen op een dag zo veel verzinsels dat we simpelweg niet meer in verzinsels geloven,” zegt de oude man. Zijn haar is blinkend grijs. Mijn oma had ook van dat blinkend grijs haar. Als ik naar zijn grijze haren kijk, moet ik denken aan mijn oma. “Kom maar allebei de trap op, dan schrijf ik het onmiddellijk over.” “Ja, dat horen we dikwijls,” zegt de jongen.

 

De twee deurwaarders zitten aan mijn keukentafel. De oude drinkt koffie uit een tas waarop de tekst ‘DE AANHOUDER WINT’ staat en op die van zijn jongere collega staat ‘BESTE OPA OOIT’. Een bord met Petit Beurre koekjes van LU staat tussen de twee in.

 

“Wantrouwen jullie iedereen bij wie jullie naar binnen gaan?” vraag ik, terwijl ik mijn BNP bank app open. “Dat is wel het beste. Ik wil ons niet met rottweilers vergelijken, maar een rottweiler heeft niets aan empathie. Ik doe dit werk al vierenveertig jaar. Ik weet dus exact wanneer iemand liegt,” zegt de oude, voordat hij een hap uit een Petit Beurre koekje neemt. “Ik lieg niet. Ik ben je nu aan het betalen.” “Ik geloof je pas als je niet meer liegt.” “Wat een droefheid dat jullie zo moeten leven. Jullie leven bestaat in zijn geheel uit twijfel. Jullie hemd is twijfel. Jullie broek is twijfel. Jullie twijfelen zelfs of STVV wel echt tweede staat. Mag ik iets vragen? Zijn jullie soms vader en zoon?” “Dat zijn eigenlijk u zaken niet, maar inderdaad, hij is mijn opvolger.”

 

De jongen loopt langzaam door mijn living. Hij blijft eventjes stilstaan bij de boekenkast. De jonge deurwaarder gaat alle planken af met zijn ogen. Dan pakt hij een boek van de derde plank. Het is een boek over seriemoordenaars van Jef Vermassen. “Deze heb ik al gelezen,” zegt hij. Ik geef mijn telefoon aan de blinkende grijsaard en zeg dat het geld is overgeschreven. Hij kijkt naar m’n bank app, maar er is nog steeds twijfel. “Dit kan ook gewoon een foto van een app zijn.” “Ja, dat zien we dikwijls,” zegt de jongen.

 

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page