De man die de port redde
- Koen Lammens

- 6 uur geleden
- 2 minuten om te lezen

Er zijn momenten in de geschiedenis waarop wijn en politiek elkaar kruisen. In Frankrijk gebeurde dat met Napoleon, in Italië met de Medici. Maar in Portugal was er één man die letterlijk een wijn redde van de ondergang: Sebastião José de Carvalho e Melo, beter bekend als de Marquês de Pombal.
We reizen naar Porto, of preciezer: naar Vila Nova de Gaia, waar de portkelders uitkijken over de Douro en de stad Porto. Hier begon het verhaal van een wijn die vooral door de Engelsen werd begeerd. In de vroege 18e eeuw kende port een enorme bloei. Britse handelaren verscheepten de versterkte wijn massaal naar Londen, Bristol en Liverpool. Port was een statussymbool geworden.
Maar zoals zo vaak met succes: het lokte ook misbruik uit. Om aan de grote vraag te voldoen, begonnen sommige producenten hun wijn te versnijden of kunstmatig te kleuren, zelfs met extract van vlierbessen. De kwaliteit kelderde, het vertrouwen van de markt verdween en de reputatie van port stond op het spel. Alsof dat nog niet genoeg was, werd Portugal in 1755 getroffen door een catastrofe: een aardbeving van bijna 9 op de schaal van Richter verwoestte Lissabon. De ramp veroorzaakte tsunami’s en branden en dompelde het land in chaos.
Marquês de Pombal
Op dat moment stond er een staatsman op: de Marquês de Pombal. Hij besefte dat de portindustrie alleen kon overleven met duidelijke regels. En dus deed hij iets revolutionairs voor zijn tijd: hij bakende de wijnstreek officieel af. In de Douro werden 335 granieten grensstenen geplaatst, de zogenaamde Marcos Pombalinos, die exact aangaven waar port mocht worden geproduceerd. Het was een van de eerste gereguleerde wijnappellaties ter wereld, ruim vóór de Franse AOC-systemen. Daarnaast voerde Pombal een classificatie in.

De beste wijnen kregen de naam Vinhos de Feitoria en waren bestemd voor export, vooral naar Engeland. Wijnen van lagere kwaliteit, Vinhos de Ramo, bleven voor de binnenlandse markt. Om het systeem te controleren richtte hij ook een officiële instantie op: de Companhia Geral da Agricultura das Vinhas do Alto Douro, die productie, prijzen en kwaliteit moest bewaken. Kortom: waar chaos dreigde, bracht Pombal structuur. En hij redde daarmee niet alleen een wijn, maar een hele regio.

Ruby versus Tawny
Vandaag leeft zijn erfenis nog altijd voort in de port die we drinken. Port kent daarbij twee grote families. Enerzijds de Ruby-stijl, robijnrood en fruitig, met aroma’s van rijp en geconfijt rood fruit. Anderzijds de Tawny-stijl, die jarenlang op vat rijpt en daardoor nootachtige, gedroogde en licht gekaramelliseerde toetsen ontwikkelt. Sommige Tawny’s rijpen 10, 20, 30 of zelfs 40 jaar voordat ze op de markt komen. Bij de Ruby’s is de bekendste de Vintage Port: een wijn uit één uitzonderlijk jaar, die jong wordt gebotteld maar vervolgens decennia op fles kan rijpen. Tussen beide stijlen zit nog de Late Bottled Vintage (LBV), een port die eerst enkele jaren op vat rust voordat hij wordt gebotteld.
Het mooie aan port is dat hij tegelijk aristocratisch en toegankelijk blijft. Het is een wijn met geschiedenis, met structuur, en met een verhaal. En soms begint dat verhaal bij één man die beslist: dit laten we niet verloren gaan. Dat was de Marquês de Pombal. En zonder hem was port vandaag misschien gewoon een voetnoot in de wijnwereld.




Opmerkingen