top of page
t_high.png

Alto Piemonte: waar Italië zijn vergeten wijngaarden herontdekt


Iedereen kent de Piëmonte van Barolo en Barbaresco. De glooiende heuvels van de Langhe zijn wereldberoemd, de flessen meer en meer onbetaalbaar. Maar wie vandaag écht vooruit wil kijken, moet niet naar het zuiden van de Piemonte, wel naar het noorden. Naar de voet van de Alpen. Naar de Alto Piëmonte.


Zo’n tweehonderd kilometer boven de Langhe liggen de wijngaarden letterlijk tegen de uitlopers van het bergmassief geplakt. Steile hellingen, smalle terrassen, vaak aangelegd in pergola-stijl. In de jaren vijftig en zestig  werden deze wijngaarden massaal verlaten. Te moeilijk om te bewerken, te weinig rendement. Boeren trokken naar Turijn, naar Fiat, Olivetti en Ferrero (Nutella). Industrie verving landbouw. Wat overbleef was een versnipperd landschap van vergeten percelen, verspreid over micro-appellaties zoals Gattinara, Bramaterra, Boca, Carema en Ghemme. Sommige tellen amper vijf hectare wijngaard, andere net iets meer dan tweehonderd. Klein, ambachtelijk, maar vandaag opnieuw springlevend.


Wijnbouw op mensenmaat

Historisch is dat ironisch. Terwijl Barolo voor de 19de eeuw nog niet zo bekend was waren het net deze Alto Piemonte-wijnen die eeuwen geleden al geschonken werden aan kloosters en clerus. Zij stonden bekend als verfijnd, fris en elegant. Daarna verdwenen ze in de vergetelheid. Vandaag zien we een revival. Jonge wijnmakers keren terug. Gedreven pioniers die opnieuw leven blazen in deze verlaten terrassen. Eén van hen is Gianmarco Viano, sommelier en wijnmaker in Carema. Hij werkt op minder dan één hectare wijngaard, verspreid over verschillende percelen. Alles manueel. Alles bergop. Carema ligt net voorbij Aosta, pal tegen de Alpen. Het landschap dwingt respect af: hier ga je niet met tractoren naar boven. Soms letterlijk met een ezel. Soms gewoon te voet, met kratten op de schouder. Wijnbouw op mensenmaat.



Nebbiolo, maar anders

Opvallend: ook hier domineert Nebbiolo, dezelfde druif als in Barolo. Alleen draagt hij lokaal vaak andere namen, zoals Spanna, Prunent, Picotendro...  Het gaat om andere klonen: kleiner, aromatischer, beter aangepast aan het koelere, vochtigere klimaat. Door klimaatopwarming krijgt Alto Piëmonte vandaag een nieuw voordeel. Rijpheid komt makkelijker, zonder de alcoholniveaus van de Langhe. Waar Barolo vlot richting 15% gaat, blijven deze wijnen vaak rond 13 à 13,5%. Minder kracht, meer spanning. Minder spierballen, meer finesse. Het resultaat? Wijnen die doen denken aan Barolo van dertig, veertig jaar geleden: slanker, frisser, eleganter.


Erbaluce: het witte goud

Niet alleen rood schittert hier. In de Canavese-regio, nabij het meer van Piverone, werkt Camillo Favaro met de witte druif Erbaluce. De naam zegt alles: erba (gras) en luce (licht). Fris, levendig, mineraal. De wijngaarden liggen op oude gletsjermorenen, afzettingen van smeltend Alpenijs. Dat geeft spanning, ziltigheid en structuur. De stijl doet denken aan Riesling of Sauvignon Blanc, maar met een uitgesproken Alpenidentiteit. Favaro vormt bovendien een brug met Bourgogne. Hij is auteur van meerdere boeken over Bourgondische wijnen in Italië. Passies reizen nu eenmaal over grenzen.



De toekomst van Europese wijn

Waarom trekken jonge wijnmakers vandaag naar Alto Piëmonte? Simpel: hier is nog ruimte. In de Langhe worden wijngaarden opgekocht door investeringsfondsen. Prijzen exploderen. Voor een hectare Barolo wijngaard betaal je al snel meer dan 1 miljoen euro. Toetreden wordt bijna onmogelijk. In Alto Piemonte kan je nog pionieren. Experimenteren. Terugbouwen. En net daarom ligt hier misschien wel de toekomst van Europese kwaliteitswijn: koelere regio’s, hoogte, elegantie boven kracht. Wie vandaag “in” wil zijn, kiest niet meteen voor Barolo, maar bijvoorbeeld een Carema van Monte Maletto, of een Erbaluce van Camillo Favaro. Minder bekend. Meer karakter. En vooral: verhalen in het glas.

 

Opmerkingen


bottom of page