Brunello of Barolo? Twee Italiaanse iconen, één hardnekkige verwarring
- Koen Lammens

- 3 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 14 uur geleden

In wijnbars, restaurants en zelfs gespecialiseerde winkels hoor je het opvallend vaak: Brunello en Barolo worden in één adem genoemd, alsof het broers zijn uit hetzelfde dorp. Niets is minder waar. Het zijn twee absolute iconen van de Italiaanse wijnwereld, maar ze komen uit totaal verschillende regio’s, met andere druiven, andere stijlen en een compleet eigen karakter.
Brunello di Montalcino komt uit Toscane, uit het warme hart van Italië. Barolo daarentegen vinden we in het noorden, in de heuvels van Piemonte, niet ver van Turijn. Twee landschappen, twee klimaten en twee wijnculturen.
Sangiovese versus Nebbiolo
Het verschil begint al bij de druif. Brunello wordt altijd gemaakt van één enkele variëteit: Sangiovese, letterlijk Sanguis Iovis, het bloed van Jupiter. Die naam is geen toeval. Sangiovese toont zich warm, krachtig en direct. Typisch zijn aroma’s van zwarte kers, krieken en pruim, aangevuld met salie, viooltjes en kruidige toetsen. Het is een druif die kracht en frisheid combineert en een uitgesproken gastronomisch profiel heeft. Maar Sangiovese kan ook streng zijn. Daarom krijgen Brunello’s jarenlang rust op houten vaten. Tijd is hier geen luxe, maar een noodzakelijkheid. Barolo steunt volledig op Nebbiolo, een druif van finesse en spanning. De naam verwijst naar nebbia, mist, die vroeger vaak over de wijngaarden hing wanneer de druiven pas eind oktober of zelfs november werden geoogst. In het glas herken je aroma’s van rode kers, kruiden, sinaasappelschil en florale toetsen van rozenblaadjes en lavendel. Met rijping evolueert Nebbiolo richting aardse nuances, truffel, leer en natte herfstbladeren. Zijn handtekening blijft altijd dezelfde: elegantie, transparantie en structuur. Nebbiolo staat bovendien bekend om zijn stevige tannines en hoge zuren. Dat maakt Barolo tot een van de meest bewaarkrachtige wijnen ter wereld, maar ook tot een wijn die in zijn jeugd ronduit ongenaakbaar kan zijn.

Wijnen met een lange adem
Zowel Brunello als Barolo worden pas jaren na de oogst vrijgegeven. Vandaag, in 2026, zijn bijvoorbeeld de Barolo’s van jaargang 2021 op de markt. Dat vertraagde ritme is geen marketingtruc, maar pure noodzaak. Pas na lange rijping ontstaat de finesse die deze wijnen zo legendarisch maakt. Toch hoeft het niet altijd groots en duur te zijn. Brunello heeft een kleinere, toegankelijkere broer: Rosso di Montalcino. Die komt uit dezelfde streek, soms zelfs van dezelfde wijngaarden, maar rijpt korter en is sneller drinkbaar. Meer fruit, minder strengheid, meer spontaniteit. In Piemonte bestaat een gelijkaardig alternatief: Langhe Nebbiolo. Dezelfde druif als Barolo, maar met druiven uit een ruimer gebied dan enkel de elf officiële Barolo-dorpen. Jonger fruit, minder vatrijping, sneller op de markt en vooral: sneller plezier in het glas.

Prijs en perceptie
Ook prijsgewijs zie je dat verschil. Een degelijke Brunello of Barolo begint vandaag al snel rond 45 tot 60 euro per fles. Rosso di Montalcino en Langhe Nebbiolo zitten meestal rond 20 à 25 euro. Dat is geen toeval. Voor Brunello en Barolo wordt het beste fruit gereserveerd en mikt men op lange bewaartijd. De kleinere broers zijn bedoeld om jong te drinken. Maar goedkoper betekent niet minder interessant. Integendeel. In sommige oogstjaren verkiezen wijnliefhebbers zelfs bewust een Rosso boven een Brunello, omdat die meer fruit behoudt en minder streng evolueert.
Twee regio’s, twee modellen
Waar het vandaag lijkt alsof Brunello di Montalcino al eeuwenlang een gevestigde waarde is, is de realiteit verrassend anders. In de jaren zestig telde de appellatie amper elf Brunello-producenten. Brunello was toen een elitair nicheproduct, eerder een curiosum dan een internationale referentie. Zestig jaar later zijn er meer dan 200 producenten actief. Die explosieve groei werd mee aangewakkerd door investeerders die het commerciële potentieel ontdekten toen Brunello internationaal doorbrak. In dat opzicht doet Montalcino denken aan Bordeaux, waar domeinen vaak 15 tot 20 hectare of meer beslaan. Piemonte volgt een heel ander patroon. Hier gaat de wijntraditie terug tot de 19de eeuw, met een landschap van kleine familiebedrijven. In 1960 telde Barolo al meer dan 150 producenten; vandaag zijn dat er om en bij de 500. De groei is aanzienlijk, maar minder explosief. Piemonte lijkt eerder op Bourgogne: versnipperd grondbezit, erfopvolging en kleine domeinen van vaak slechts enkele hectaren.
Persoonlijke bekentenis
Als ik eerlijk mag zijn: mijn hart klopt iets sneller voor Barolo dan voor Brunello. Ik hou van dat droge, herfstige karakter. Van die spanning tussen zuren en tannines. Van de aardse toetsen die met wat leeftijd evolueren richting truffel, leer en natte bladeren. Tegelijk ben ik een grote fan van Rosso di Montalcino. Dat sappige kersenfruit, die hartige toets en die directe drinkbaarheid maken het tot een van de meest onderschatte wijnen van Toscane.





Opmerkingen