De wereld van Tony De Voeger: "Nummer 59"
- Tony De Voeger

- 7 minuten geleden
- 3 minuten om te lezen

Meer dan een jaar geleden stond mijn allereerste column op deze nieuwssite en dit hier is mijn allerlaatste. Het is nummer 59. 59 is hoogstwaarschijnlijk niemands geluksgetal.
Ik had dit tot mijn dood kunnen blijven doen. Ik had op mijn 93ste in het strijdperk willen sterven. Midden in een column. Veertien zinnen van een einde. En dat mijn kinderen dat dan op mijn grafsteen zouden zetten. Hij kwam veertien zinnen tekort. Ik wil jullie bedanken. De lezers. Dirk. De redactie. Het was een eer om voor jullie te schrijven. Om door jullie gelezen te mogen worden. Aan de keukentafel of op de canapƩ of aan een toog in een Haspengouws cafƩ. Misschien wel voor het eten of tijdens het eten.
āHoe was je dag vandaag lieve schat?ā āZwijgt even, ik ben de voeger zijne laatste zever aan het lezen.ā Ik ga je missen. Het meisje dat klaar is om op stap te gaan, maar op haar vriendin zit te wachten die niet weet wat ze aan moet trekken. Het meisje zit op bed met de telefoon. Haar nagellak zo goed als droog en haar lippen bloedappelsienrood. Ze leest wat zinnen en droomt weg. Ze leert niets, helemaal niets, maar misschien voelt ze iets. Ze heeft zin om te dansen straks. Precies op de maat of, nog mooier, juist ernaast.
Ik ga jullie missen. Vrijend mooi koppeltje op de hoek van het BĆ©r Joekpad. Die lustige Mona Lisa van de ChausĆ©e dāAmour. Hangend over de wc-pot door de drank van gisteren. Het leeg wit isomobakje van de Isis nog op tafel. De mondhoeken nog volledig dichtgekit van de looksaus. Ik ga dit missen. Mijn plekje aan het einde van de werkweek. Het was niet veel, maar het was van mij. Een dikke streep, een kleine dunne streep en een tekening van de man die ik een jaar geleden was. Een schuchtere oude zak in een goedkope zwarte trui, die het leven probeerde te begrijpen. Kletskop. Lange wenkbrauwen, rommelige grijze baard.Ā
Ik ga dit missen. Het ongegeneerde geflirt met onze taal. Met de stad. De stad van jullie. Van óechliengs. Iets meer dan een jaar heb ik geprobeerd om Sint-Truiden te versieren, maar ze bleek moeilijk te veroveren. Nooit had ze vlinders onder haar Abdijtoren. Ik ga dit missen. De kleine verhaaltjes in de Trudostad. De oude man op dat bankje. Een zwangere vrouw die in Sint-Jozef bevalt. Een jonge vader die op het Schurhovenveld voor het eerst door de Carwash rijdt met zijn pasgeboren zoon. Het meisje van die ene bekende koffiezaak op het Heilig-Hartplein, die me altijd twee koekjes bij de koffie gaf in plaats van een. De 59 verhalen. De hoogbegaafde boerin van Nieuwerkerken. De dief die op Danny Boffin leek. De demente vrouw die voor heel eventjes precies weer weet wat lekker is, als ze bij Maëstro Ice een Dame Blanche voor zich heeft staan. De kleine hoopvolle futiliteiten. De wonderschone burgemeester. Ik had dit tot mijn dood kunnen blijven doen. Misschien zelfs langer dan dat, maar het is tijd voor wat anders.
Dankbaar ben ik. Voor alles. Lieve lezer, zorg goed voor mijn geboortestad. Het is een mooie stad. Wat ik ga doen? Ik weet het nog niet, maar mijn zinnen zullen u vinden. Als een jachthond tijdens een bloederige klopjacht. Als de meest ondoordachte, nachtelijke liefde op de Luikersteenweg. Ik zal u vinden als u mij zoekt.




Opmerkingen