"Och, dat is toch overal"

In zijn rubriek 'De Stoute Schoen' laat Bernard Derwa zijn licht over Sint-Truiden schijnen

Hoe dikwijls heb ik het al gehoord als ík klaag over de stortregen van dagelijkse parkeerboetes of over de leegstand doorheen heel de stad, of over de verkwisting van alle kanten: "Och, dat is toch overal". Niet waar. Het is zeker niet overal wegwerpen, opdoen en 'jannerij' verkopen. Er zijn gemeenten zonder één euro schuld, zonder die waanzinnige 'opbreekrazernij', die onze commerce heeft drooggezet, zonder beboetingsjacht. Mag ik een paar voorbeelden geven. Niet langer dan op elf februari in het ochtendnieuws: De journalist stelt de burgemeester van Ciney deze vraag: “Door het besmettingsgevaar eist het Gewest dat alle culturele centra dicht blijven en in uw stad staat de deur open." De burgemeester antwoordt : "Wel, ik leg dat decreet naast me neer. Ik wil het niet toepassen. Ik wil in de eerste plaats mens zijn en pas daarna burgemeester. Mijn mensen laten verkommeren in de vrieskou, dat kan ik niet. Trouwens, als ik ze niet opvang, dan maak ík mij schuldig aan het verzuimen hulp te bieden aan personen ín nood en dan moet ík voor de correctionele rechtbank komen. Mijn politie gaat die verstoten sukkelaars opzoeken en moet ze tot in dit warme culturele centrum begeleiden." Nu naar Brussel. Alle publieke plaatsen met verwarming zijn opengesteld: 3.500 plaatsen, eergisteren nog 250 bij geopend. Gembloux wil handelaars en horeca steunen. Een dikke som, 250.000 euro. Door het 'hefboomeffect' wordt er op die manier 500.000 euro in de lokale economie gepompt. Ja, ja schepenbank, het geld komt uit de stadskas. Niet afgebedeld bij de afgepijgerde burgers! Nog eentje, om het af te leren. In Chatelet doen ze koopbons cadeau die enkel in de kleine handelszaken kunnen opgekocht worden, en zeker niet in Groot-warenhuizen.


Jaren terug nodigde de heer schepen Roland Duchatelet mij uit op zijn bureau. Ik schreef toen juist hetzelfde als wat ik nu neerschrijf. Wij waren het eens op alle punten, behalve één: de schepen vond dat veel openbare werken een stimulans was voor de economie van een stad en dat de armen daar ook mee van profiteren. Ik ontkende in alle talen : de grote werken 'à la Stippelmans' zijn alleen goed voor de aannemer en ik vrees dat ik gelijk heb gekregen: de commerce is "dood opgebroken" en "dood afgebroken" om nooit meer recht te staan, massa's winkels ogen als spelonken en de armoedecijfers zijn gestegen. Welkom? ja, maar langs de achterdeur, en voeten tegoei afvegen!


906 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven