Zo kan u voortaan ook een woordje meespreken over 'Piafferen'



En nu eens iets helemaal anders. U aangeboden, Trouwe Lezers, als vroeg nieuwjaarscadeau. Een streling voor het oog, want geen mens die niet van paarden houdt. Bekijk rustig het filmpje. Het valt op dat de merrie bijna niet naar voren loopt, maar huppelt op de plaats. Op die manier sierlijk dansen, dat heet 'piafferen'.

Maar ... zult ge denken, hoe kunt ge nu zo'n sterk dier zeggen: "Loop niet weg, maar blijf ter plaatse bewegen." Of, anders gezegd, duw uw lichaam naar omhoog in plaats van naar voren. Men moet beginnen met een heel simpele, eenvoudige oefening. In de stal, want dat is héél belangrijk. De stal is de thuis voor ieder paard. Daar voelt het zich veilig en op zijn gemak. In de stal moet het leren enkele passen achteruit en enkele passen vooruit te zetten. Zo leert het heel kleine pasjes te maken.

Paarden zijn kuddedieren

En men kan niet genoeg aaien en snoepkes geven om het te belonen. Dan doen we het een toom aan en leren we hetzelfde te doen, maar dan door aan de teugels te trekken of door de teugels te vieren, te lossen. Alles herhalen buiten de stal, in een afgesloten ruimte. Bindt een ander paard kortbij aan de muur, zo heeft uw leerling een gezel naast zich. Want paarden zijn kuddedieren. Heel alleen zijn ze bang.


En dan volgt een héél lange periode 'wandelen'. Aanvankelijk loopt één man langs het paard 'aan de kop' en een tweede africhter achter het paard. Die houdt de twee lange teugels in z'n handen. Gewoon stappen aan de lange teugel kennen ze snel. Maar draven, dat is wat anders! Ze lopen te snel. De africhter kan de normale, natuurlijke draf van een paard niet volgen. En menig paard, dat begint te draven, jaagt zich op en is niet meer tegen te houden. Het slaat op hol. De leraar is dus verplicht de draf van bij de aanzet, van bij het begin, 'in de kiem te smoren'. Dat wil zeggen: na één of twee drafpassen terug de stap te vragen.

Boter aan de galg

En zo maar altijd opnieuw, ontelbaar veel keren. Nerveuze paardenliefhebbers moeten er niet aan beginnen. Want: "geen engelen geduld, geen africhting, en zeker geen piaffe!" En wat denkt u dat het ergste is? Het ergste is dat ge werkt met een paard dat voor piaffe geen aanleg heeft. Dan is heel uw werk 'boter aan de galg.' En dat is echt ontmoedigend. Al dat werk voor niets. Ge moet dus ervaring hebben om de talenten van uw paard te kunnen inschatten. Maar een jeugdige liefhebber van paarden met ervaring, die wordt niet geboren. Veel kijk- en leergenot.

674 keer bekeken1 reactie

Recente blogposts

Alles weergeven

Beste Nina,