top of page
t_high.png

De wereld van Tony De Voeger: "Een badeend in een spookstad"

Het is 01.23h en ik sta op de hoek van de Zoutstraat te friemelen aan een badeend.

 

“Zijn jullie me aan het volgen?” vraag ik aan de twee mannen die me aan het volgen zijn. Ik kijk op mijn telefoon. Het is 01.17h. De straten zijn verlaten. Sint-Truiden is een spookstad. Nee, zelfs de spoken zijn gaan slapen.

 

De mannen zeggen niets. Ik doe alsof mijn telefoon gaat en neem op. “Jij ook de beste wensen, man. Ja, sorry. Ik wilde je nog een berichtje sturen. Natuurlijk had ik je wat eerder de beste wensen willen toewensen, maar je weet hoe dat gaat. Ik had het druk. Ja, ja, jij hebt het ook druk. Iedereen heeft het druk. Volgend jaar stuur ik op 1 januari een bericht. Echt. Ik beloof het.”

 

De mannen halen me in en gaan voor me staan. De ene heeft een verroeste ketting in zijn handen. De andere een stanleymes waar het mes nog moet uitkomen. Ik voel in mijn jaszakken of ik iets bij me heb waarmee ik mezelf kan verdedigen. Een aansteker. Een half pakje sigaretten. Marlboro Gold. Dan voel ik het in mijn rechterzak. De lichtgevende kleine badeend van mijn kleinzoon. De man met de ketting trekt de mouwen van mijn jas omhoog om te kijken of ik een horloge draag.

 

“Waarom draag je geen horloge?” “Ik denk dat mijn horloge nog in de badkamer ligt. Altijd als ik ga douchen doe ik hem af. Ik weet dat mijn horloge waterdicht is, en toch doe ik hem af. Het is net of ik niet in waterdichtheid geloof.” De man met het mes zonder mes bladert door mijn portefeuille. Een briefje van vijftig euro en heel veel papiertjes en kaartjes. Hij draait een wit kaartje om.

 

“Je moet woensdag naar de tandarts,” zegt hij. Ik bedank hem vriendelijk. “Is dit je kleinzoon?” vraagt hij. Ik kijk naar het pasfotootje. Dan zegt hij dat hij ook een kleinzoon heeft. Hij haalt een foto uit zijn binnenzak. Een blond jongetje staat voor de ingang van Plopsaland. “Ik doe dit voor hem, maar hij weet dit natuurlijk niet. Het is niets persoonlijks of zo. Maak je zakken eens leeg.”

 

Terwijl ik mijn zakken leeg maak, sleept de andere man een kerstboom die op de hoek van de Zoutstraat stond de Grote Markt op. “Je hebt niet veel bij je, man.” “Ik weet het. Sorry.” “Dat briefje van vijftig houden we. En wat is je schoenmaat?” “44.”

 

“Welke maat heb jij ook alweer?” vraagt hij aan de andere man. De andere man heeft maat 46. “En die chique badeend houden we ook. Er zitten lampjes in, toch? Doe eens voor.” “Ik ben er niet zo goed in,” zeg ik. Het is 01.23h en ik sta op de hoek van de Zoutstraat te friemelen aan een badeend. De twee mannen kijken naar me. De rode lampjes beginnen te flikkeren.

 

“En dat halve pakje sigaretten en je aansteker pakken we ook mee,” zegt de andere man. “Echt, ga je nu m’n laatste sigaretten ook nog afpakken?” “Roken is slecht voor je tanden. Je moet woensdag al naar de tandarts.”


beeld is gemaakt met AI

 

 
 
 
bottom of page