De Wereld van Tony De Voeger: "Straks wordt het lente"
- Tony De Voeger

- 1 uur geleden
- 2 minuten om te lezen

Voer hem scheermesjes of glasscherven als dat helpt, maar voer hem vooral zachte stukjes. Opeens zijn ze verdwenen. Dat is hoe het al mijn hele leven gaat.
Huisdieren, grootouders, neven, buren, goede vrienden. Opeens vallen ze weg en ben ik genoodzaakt mijn zwarte jasje naar de wasserij te brengen. De dood komt als een verrassingsconcert. John Fogerty op een blauwe maandagochtend voor het kasteel van Ordingen.
Als ik aan de dood denk, denk ik aan opeens. Opeens zijn ze er niet meer. Als de nieuwe fietsbel op je oude fiets worden ze van je stuur gestolen en meegenomen. Waar is de bel gebleven? Je mist de bel verschrikkelijk. Dat geluid. Je mist de bel, totdat je op een dag wakker wordt en niet meer weet hoe de bel weer klonk.
Zachte heelmeesters
Mijn vader doet niet aan opeens. Eerst vond ik dat erg. Onmenselijk erg zelfs. Zes tot acht weken hebben de dokters gezegd. Misschien een klein beetje langer als de chemo lief voor hem is. Ik sta met een grote bos bloemen voor de deur van de familie Chemo. Ik bel aan. āWillen jullie alsjeblieft lief zijn voor mijn vader?ā vraag ik aan de zak die opendoet. āKom eventjes binnen,ā zegt de zak. Ik hang mijn lederen jas op aan een infuuspaal. āIk hoop dat jullie van chrysanten houden", fluister ik, terwijl mevrouw Chemo een vaas uit een keukenkast pakt. Meneer Chemo loopt naar de living en ik volg hem. Hij gaat zitten op een ijzeren stoel zonder kussen. āWe gaan ons best doen. Dat beloof ik.ā āNee, dat vroeg ik helemaal niet. Ik wil dat jullie lief voor hem zijn.ā āMaar meneer, zachte heelmeesters maken stinkende wonden.ā āDan breng ik wel deodorant mee.ā āMaar wat wil je dan dat we doen?ā āMeer weken. Ik wil dat jullie hem meer weken hier houden. En geen slechte weken, maar goede weken. Geen rolstoelwielen vol hondenstront. Fijne weken, dat wil ik. Ik wil dat hij de lente haalt.ā
Ik gooi een oude rugzak voor zijn voeten op de grond. Meneer Chemo ritst de zak open en ziet de bankbiljetten. āProbeer je ons nu om te kopen?ā āNee, ik wil dat jullie lief voor hem zijn. Er zit 100.000 euro in die rugzak.ā āWat? 100.000 euro?ā āJa, ga eens eten bij de Griek of zo. Koop een nieuwe Ford Fiesta voor uw vrouw. Koop een mooie schommel voor de kleine Chemoās. Zet ze in Walibi in die nieuwe grote achtbaan. Laat die kleine Chemoās maar eens goed misselijk worden.ā āEn dan hoeven wij alleen maar lief voor uw vader te zijn?ā āJa, lief. Meer niet. Voer hem scheermesjes of glasscherven als dat helpt, maar voer hem vooral zachte stukjes.ā Ik laat de rugzak achter en loop de voordeur uit. Mijn fiets staat er nog en mijn bel zit nog op het stuur. Binnen nu en een paar weken zal de bel van mijn stuur verdwijnen. Dat hebben de dokters toch gezegd. Maar voor nu is hij er nog. Dus ik bel en ik bel en ik bel. Ik bel en ik hoop dat de dood voor ons aan de kant springt. Ik bel en fiets de Middenlaan op.
Wat een prachtig geluid. Ik bel en ik blijf maar bellen. Straks wordt het lente.





Opmerkingen