De Wereld van Tony De Voeger: "Yannis de Griekse God"
- Tony De Voeger

- 20 nov
- 3 minuten om te lezen

Ze staan boven op de abdijtoren. Hij zoekt in de huizensoep beneden naar zijn ouderlijk huis en zij, zij wacht op het moment dat de knoop die ze vandaag wil doorsnijden doorweekt is. Ze zal gaan snijden met haar stem. Met een mond vol messen wacht de vrouw af, ze gebruikt haar speeksel als slijpsteen.
"Ik denk dat ik je haat," zegt ze. “Je denkt dat je me haat?" "Ja, Jonas. Ik ben alles wat ik ooit leuk aan je vond gaan haten. Geleidelijk, dat wel, maar de haat is inmiddels volgroeid. Mijn haat voor jou kan een oerwoud laten groeien." “Ik heb niets gemerkt, Laura. Echt niet. Ik weet dat ik een speelse dagdromer ben, maar wat haat je dan allemaal aan mij dan?" vraagt hij.
Ze doet alsof ze even na moet denken, alsof haar antwoord van ergens diep beneden uit de toren moet komen, maar ze weet heel goed wat ze aan hem haat. Alle weerzin veroorzakende zaken staan op alfabetische volgorde in de boekenkast van haar bovenkamerbibliotheek.
"Ik haat de kuiltjes in je wangen. Soms, als je lacht in je slaap, kijk ik in zo'n kuiltje en dan zie ik mijn ongeluk in dat kuiltje liggen. Je kuiltjes zijn massagraven geworden." “Maar toen je me leerde kennen zei je dat je in die kuiltjes van mijn wangen wilde wonen," zegt hij verontwaardigd. "Dat was maanden geleden, Jonas. En ik wilde echt in je kuiltjes wonen. Ik denk ook dat ik er een tijdje in heb gewoond, maar ik denk ook dat ik in je kuiltjes ben gestorven, Jonas."
"Stop in godsnaam met Jonas tegen mij te zeggen. Je bent me gewoon aan het afdanken. Jij mag mijn naam niet eens meer zeggen. Nooit meer." “Ik heb echt van je gehouden hoor," zegt ze. “Dat zeg ik ook altijd tegen m’n oude scheermesjes voordat ik ze in de vuilbak gooi. Ik zie wel aan je kop dat je al een nieuwe vriend hebt. Ik zie het aan je donkere ogen, het woekerende onkruid slingert om je netvlies. Ik ruik het aan je adem Laura. Ik kan de vlinders tussen de rottende zurigheid al ruiken."
"Nee, echt niet, Jo... Ik doe dit juist omdat ik even voor mezelf moet kiezen. Ik moet erachter komen wie ik ben. Begrijp je dat? Ik moet even tijd voor mezelf hebben, eventjes tijd voor mijn eigen ik."
"Hoe heet die snul?" “Hij heet Yannis. Hij komt uit Griekenland. Yannis studeert rechten in Leuven. In de avond staat hij achter de toog in een cafeetje waar al mijn vriendinnen komen." “Heeft die Griekse god ook kuiltjes in zijn wangen?” vraagt hij. “Nee, maar hij heeft zulk mooi haar. Zo zwart. Ik wil wel in zijn haar wonen."
"Kijk eens naar beneden Laura. Het Bèr Joekpad is de Akropolis niet, en de Cicindriabeek heeft geen helderwitte kiezelstranden. Maar toch. Hier liepen we deze zomer samen door de straten, hier in deze stad konden we mekaar niet loslaten, mekaar niet verliezen, hier zat ik op je kleedje aan de vijver in het park, maar in feite wist ik helemaal niets over je. Het stratenplan dat ik van je had, klopte niet of was hopeloos verouderd."
"Sorry, Jo..." “Je kan mijn rug op, Laura. Kruip maar in zijn goddelijke zwarte haren, hels en heimelijk mens dat je bent.”





Opmerkingen