De Wereld volgens Tony De Voeger: "De naakte Buurman"
- Tony De Voeger

- 17 jul
- 3 minuten om te lezen

De buurman aan de overkant staat weer naakt voor het raam. Hij kijkt naar een ambulance die in onze straat staat. De ambulanciers schuiven op een brancard een wielertoerist naar binnen. De koersfiets laten ze liggen op het trottoir.
De buurman is oud. Achter in de tachtig. Zijn huid hangt als een te groot tafellaken over zijn karkas heen. In het begin durfde ik niet naar hem te kijken, omdat ik het een beetje zielig vond. Dan voelde ik me schuldig. Maar tegenwoordig blijf ik naar hem kijken, omdat er anders niemand meer naar hem kijkt. Op zijn vensterbank staat een turkoois kleurige vaas waarin ik nog nooit bloemen heb zien staan.
De buurman komt nooit buiten. Hij laat zijn winkelwaren brengen door een vrouw met een roze minibrommer. Soms knipt hij zijn haar. Dan staat hij in een witte onderbroek voor de spiegel die in de living hangt en snoeit hij z’n schedel. Soms knipt hij ook zijn wenkbrauwen. Dat vind ik mooi. Veel oudere mannen laten hun wenkbrauwen maar groeien. Als een vorm van verzet of gewoon omdat ze er fier op zijn.
"Soms knipt hij ook zijn wenkbrauwen. Dat vind ik mooi. Veel oudere mannen laten hun wenkbrauwen maar groeien. Als een vorm van verzet of gewoon omdat ze er fier op zijn.
Misschien staat er ergens in een oud Russisch boek geschreven dat lange wenkbrauwen voor wijsheid staan. Of misschien hebben die oude mannen al zo veel gezien in dit leven dat hun ogen af en toe gordijnen nodig hebben.
Naast de spiegel hangt een foto van een vrouw. Elke avond voor het slapen gaan, duwt hij stilletjes tegen het lijstje aan zodat het scheef hangt. En elke ochtend duwt hij de foto weer recht.
Ik weet niet waarom de man nooit buitenkomt, maar soms begrijp ik hem wel. Buiten staat een lange rij voor het ijssalon. Voor een boekenwinkel staat nooit een rij. Buiten mag je binnenkort nergens nog roken. Buiten schreeuwen de madammen harder dan de verwarde mannen. Buiten verandert de mainstage in een vuurzee. Buiten zijn muggen, Aziatische hoornaars en mensen die hun telefoon op luidspreker zetten aan het begin van ieder telefoongesprek.
De buurman eet twee keer per week witte worst. Zo’n pak van drie worsten uit de Lidl. Hij bakt ze in boter, snijdt een lang stokbrood door de helft, legt de drie witte worsten op de ene helft, spuit er wat curry ketchup op en legt de andere helft van het brood er bovenop. Ik weet niet wat voor soort werk de buurman vroeger deed, maar ik weet vrijwel zeker dat hij zijn geld niet met het schrijven van kookboeken verdiende.
Ik denk niet dat hij weet dat ik vaak naar hem kijk. Ik denk ook niet dat hij het daarom doet. Dit soort bloot hoeft geen attentie. Hij heeft mijn ogen helemaal niet nodig. Toen ik zo’n tien jaar geleden eenzaam was, liep ik ook geregeld naakt door mijn living. Alleen al het gevoel dat er iemand naar me keek, was genoeg. Zelfs als niemand daadwerkelijk naar me aan het kijken was. Ik woonde op de derde verdieping. Niemand kon me zien. Het was een verzonnen hersenspinsel. Ik was niet meer alleen, omdat ik mezelf wijs had gemaakt dat ik werd bekeken.
De buurman hangt de foto weer scheef en brengt daarna zijn broodmes naar de keuken. Naakt loopt hij zijn slaapkamer binnen. Ik kan hem niet meer zien. Slaap lekker, buurman. Ik hoop dat je in je dromen wel naar buiten gaat.
In onze straat is ondertussen de ambulance verdwenen. De koersfiets ligt er nog steeds. Op het trottoir. Morgenvroeg zet ik hem recht.





Opmerkingen