De Wereld volgens Tony de Voeger: "Een tangaslipje in de brievenvus"
- Tony De Voeger

- 26 jun
- 3 minuten om te lezen

Het ligt er echt. Ik kan het aanraken. Dit keer is het geen dwaze droom. Het ligt half verscholen onder Het Belang Van Limburg en een voor mij waardeloze reclamefolder over de bestrijding van buikvet.
Het is een donkerroze vrouwenonderbroek, zo’n tangaslipje. De voorzijde is versierd met kanten bloemetjes en een lila strikje. Het is een gelukkige slip. Onbekommerd en onbevreesd ligt hij in onze brievenbus.
Ik loop de trap op, klop op onze deur en wacht tot mijn vriendin verschijnt. “Er ligt een onderbroek van een vrouw tussen onze post en ik weet niet zo goed wat ik moet doen. In films ruiken mannen met bijzonder veel enthousiasme aan het ondergoed van buurvrouwen of schoonmoeders, maar dat heb ik nooit helemaal begrepen.”
"Zit er dan geen briefje bij? Er moet een briefje bijzitten," zegt mijn vriendin.” “Is dat de regel, ja? Staat dat in het wetboek voor onderbroekenleveranciers? Is dat misschien regel nummer 61bis? Laat naast je sexy onderbroek ook een boodschap achter?"
Ze loopt de trap af, opent de bus en zoekt tussen de brieven naar een aanwijzing. Ik ken haar al een paar jaar, maar deze kant van haar kende ik nog niet.
Ze heeft een speurneus. Als de bloedmooiste bloedhond snuffelt ze aan een envelop van de liberale mutualiteit. Deze hele onderbroekensituatie haalt de onderste steen in haar naar boven.
"Hier! Ik zei het toch," ze heeft een klein papiertje tussen een wijsvinger en een duim geklemd. “Wat staat erop dan?" “Lees zelf maar." “Bedankt voor de columns. Dat staat er. Misschien weet de persoon in kwestie dat ik volgende week al vijf jaar met deze onzin bezig ben. Ik had veel liever geld gehad. Of een fles Courvoisier.”
"De vrouw waardeert je." “Sinds wanneer ligt waardering tussen de onderbroeken?” “Je ziet er verdrietig uit Tony. Wat is er?" vraagt mijn vriendin.
"Vijf jaar geleden was ik alleen. Toen had ik vrouwenondergoed in de brievenbus nodig. Toen had ik bloemen en strikjes nodig. Die strikjes hadden me lucht kunnen geven. Dit soort dingen komt altijd te laat. De spannendste dingen gebeuren altijd als de kaarsen zijn gedoofd."
Ze pakt de slip van de grond en inspecteert het ding zoals boomarchitecten boomschorsen inspecteren. “Het is geen lelijk broekje. Eerlijk is eerlijk, ik zou dit best kunnen dragen." Ze vliegt de trap op, gaat ons appartement binnen en smijt de deur dicht.
Twee minuten later staat ze boven aan de trap in de donkerroze tangaslip. “Vettige trees,” zeg ik enigszins kwaad. “Vettige trees? Zwijgt gij maar! Het prijskaartje zit er nog aan. Kijk dan, 17,50 euro.”
Ze gaat terug naar binnen en maakt een gebaar dat ik haar moet volgen. Ik loop de trap op en sluit de deur. Met mijn linkerschoen loop ik in de hal tegen een boodschappentas aan waar statiegeldflessen in zitten. Geklingel. Scherven. Kapot glas. Een lege fles Chaudfontaine met rode dop steekt als een periscoop boven de andere flessen uit. Vijandelijk schip in zicht.
Mijn vriendin is niet in de woonkamer. Op de eettafel zie ik roze papiertjes en een balpen liggen. Of zie ik die dingen toch niet liggen?
Liefde maakt blind. Ik ga naast haar op bed zitten en samen kijken we met kapotte ogen naar de kaarsen die nooit zullen doven.





Opmerkingen