De Wereld volgens Tony De Voeger: "Vikings in Sabena-jurken"
- Tony De Voeger

- 1 aug
- 2 minuten om te lezen

We worden geboren, we verliezen onze mooiste fantasieën en we gaan dood. Maar niet vandaag.
Een klein meisje loopt op me af in het stadspark, en vraagt of ik een Viking ben. In haar ene hand heeft ze een teddybeer en in haar andere een ijshoorntje. Het is een lief en schattig meisje. Ik zou haar wel willen opeten.
In de besteklade van mijn oma zat bovenin een ruimte voor kleine vorkjes en lepeltjes die te klein waren om de soep en het middagmaal mee op te eten. Volgens mijn oma, wisten maar weinig mensen waar die dingen voor dienden, maar volgens haar kon je dus met die heel kleine vorkjes en lepeltjes, kleine meisjes opeten. Om te lachen natuurlijk, maar ik ben dat nooit vergeten.
Het meisje gaat op haar tenen staan en probeert aan mijn baard te trekken. Ik ga door mijn knieën en voel hoe haar vingertoppen over mijn onderkaak flaneren.
“Ja, ik ben een Viking. Een grote gevaarlijke Viking.” “Waar is je boot dan?” “Die ligt nog in de haven van Antwerpen.” “En waar is je helm, die met die twee grote hoorns?” “Die ben ik op de boot vergeten.” “Krijg je dan geen straf?” “Ongetwijfeld, onze Vikingkoning is een heel strenge man. De laatste keer dat ik vergat mijn helm op te doen, kreeg ik stokslagen en moest ik al de toiletten schoonmaken.”
“Dat is pas echt vies. Hoe heet je?” “Tony de grote Vikingbeer.” “Zitten er ook echte beren op jullie boot?” “Nee, het is een Vikingschip geen dierentuin.”
Er komt een vrouw achter mijn jonge gesprekspartner staan. Ze kijkt bijzonder kwaad naar me en trekt het meisje met een ruk naar achteren en zegt dat ze niet met vreemden mag praten. “Mag ik wel met mijn vingers door de baarden van vreemden gaan?” “Nee, dat mag je ook niet.” “Mama, ik vroeg alleen maar aan deze meneer of hij een Viking is.” “Hij? Een Viking? Haha! Laat u toch niks wijsmaken. Hij is veel te klein om een Viking te zijn.”
Ik moest denken aan een vriendin van vroeger. Het was haar droom om stewardess te worden, maar ze was te klein. Zelfs als ze op haar tenen stond kon ze niet bij de bovenste ruimte voor de handbagage in het vliegtuig. Ze mocht geen stewardess worden, dus toen kocht ze maar een lichtblauwe Sabena jurk. De jurk was wel geen echte Sabena jurk, maar niemand die het zag. En zo liep ze elke week een paar uur door de gebouwen van Zaventem.
“Ben je echt te klein om een Viking te zijn?” vraagt het meisje. De moeder kijkt nog steeds met onvriendschappelijk ogen naar me. Ze eist de waarheid, en niets dan de waarheid, maar gisteren zei iemand tegen me dat verhalen belangrijker zijn dan de waarheid. Ik was het met hem eens. En dat ben ik nog steeds. Als ik nu zeg dat ik geen Viking ben, beroof ik dat lieve meisje van haar dagdroom.
We worden geboren, we verliezen onze mooiste fantasieën en we gaan dood. Maar niet vandaag. Het zal niet gebeuren. Niet vandaag. “Nee, u mama weet daar niks van. Niemand is te klein om een grote Viking te zijn.”





Opmerkingen