top of page

Een Truiense Winterzon




Een winterse zon gooit witgouden stralen

schuins door de kruinen van ’t Runkelse bos

Tiba doorsnuffelt, druk kwispelstaartend,

het okerend loof op ‘t bevroren mos

 

Onder een deken van verterende blaad’ren

overwintert moeizaam de blauwe akelei

een jeneverbesstruik, nog half vruchtbeladen,

overluifelt boleten en wilde bosaardbei

 

Ergens ver weg echoot spechtgetokkel

en in ‘t struweel ritselt driftig iets rond

een oudje dat kranig wat brandhout sprokkelt

liefkoost glimlachend de speelse hond

 

Mijn geest verwasemt in ijzige vrieslucht

zich rijpend tot verzen en dichtverhalen,

terwijl mijn muze tot baren wordt bevrucht :

"een winterse zon gooit witgouden stralen …"

274 weergaven0 opmerkingen

Commentaires


bottom of page