top of page
t_high.png

Het stille verdwijnen van de stad: "Eén op de vijf handelspanden staat leeg"


Tiba en ik hebben ons de voorbije dagen letterlijk moeten rechthouden op stoepen die niet ijsvrij waren gemaakt.


Gladde trottoirs, vlak voor woningen waarvan de bewoners hun wettelijke verplichting simpelweg negeren. Nochtans is de regel duidelijk: wie een woning bezit, zorgt ervoor dat het voetpad veilig is. Wat vooral opvalt, is welke huizen in fout zijn. Het gaat opvallend vaak om verhuurde panden of woningen die eigendom zijn van mensen die hier niet wonen.


Leegstand als symptoom

Die nonchalance beperkt zich niet tot gladde stoepen. Ze is ook zichtbaar in onze winkelstraten. De cijfers spreken voor zich.




  • Luikerstraat: 11 lege handelspanden op 49 → 22% leegstand

  • Stapelstraat: 16 lege handelspanden op 69 → 23% leegstand

  • Grote Markt & Groenplein: samen minstens 15 leegstaande panden


Minstens één op de vijf handelspanden in het centrum staat leeg. Dat is geen detail meer, dat is een structureel probleem. Leegstand is geen gevolg van één factor, maar een symptoom van een dieperliggende vervreemding in onze samenleving.


Van groeten naar zwijgen

In de Vurige Stede, op de Veisder, zie ik nog iets anders. Wie met een hond wandelt, raakt aan de praat. Mensen wisselen ervaringen uit, tonen trots hun huisdier. Een hond is een sociale katalysator. Maar tegelijk merk ik hoe steeds meer mensen elkaar niet meer groeten op straat. Geen blik, geen knikje. We kruisen elkaar alsof we er niet zijn. Vervreemding sluipt binnen, stil en onopvallend. We leven naast elkaar, niet meer met elkaar. Elk op ons eigen eiland, een soort île flottante, waar respect voor de ander geen plaats meer krijgt. Diezelfde mentaliteit weerspiegelt zich in ons koopgedrag.


Winkelen is mensen ontmoeten

We klagen over leegstaande winkels, maar vergeten soms onze eigen rol. Online shoppen is gemakkelijk, snel, vaak bewust gekozen. Maar winkelen in de stad is méér dan kopen. Het is mensen ontmoeten, verhalen horen, service ervaren. Het is vertrouwen op vakkennis.

Dat laatste wordt helaas ook door sommige winkeliers onderschat. Een product zomaar in de rekken leggen, is niet genoeg. De toegevoegde waarde zit in het verhaal, de uitleg, de begeleiding. Die blijft hangen bij de klant en wordt doorverteld.

Dat geldt zeker voor voeding. Het verschil tussen een fabrieksbrood en een ambachtelijk brood proef je. Smaakpapillen brengen klanten terug, niet promoties. Maar zodra een ‘warme bakker’ overstapt op aangekochte en afgebakken producten, begint het verval. Dan wint de supermarkt. Onvermijdelijk.



Alles heeft een verhaal

Ook niet-voeding heeft een verhaal. Een vaas, een kaars, een technisch toestel: wie maakte het, waarom, hoe gebruik je het best? Producten zonder verhaal kopen we in massazaken. Daar is de prijs laag, de drempel nog lager. Maar vaak ook de kwaliteit. Het past in een wegwerpmaatschappij die onze afvalberg alleen maar vergroot. Lokale winkels hebben niet alles in voorraad. Dat hoeft geen probleem te zijn, als er uitleg en vertrouwen is. Snelle levering is vaak het doorslaggevende argument om online te kopen, niet eens de prijs. Net daar ligt de kans voor de gespecialiseerde handelaar: kennis delen, onzekerheid wegnemen, begeleiden.


Wat voor stad willen we zijn?

Elke winkel die sluit, is een verlies. Niet alleen economisch, maar ook sociaal en emotioneel. Lege etalages maken een stad zielloos. Willen we echt dat onze winkelstraten binnen enkele jaren bestaan uit woonblokken zonder vitrines, zonder vakmensen, zonder praatje? Een stad waar je niets meer te ontdekken valt? Stoepen die niet geruimd worden, panden die leegstaan, mensen die elkaar niet meer groeten: het zijn geen losse feiten. Het zijn signalen. En signalen negeer je niet zonder gevolgen. De stad is geen abstract beleid. Ze is wat wij er samen van maken. Of laten verglijden.


Foto: Luikerstraat in 1986

 
 
 
bottom of page