OPINIE: Het Cultureel Centrum heeft een vaste huurder, en die danst
- Dirk Selis

- 4 minuten geleden
- 4 minuten om te lezen

Wie in het voorjaar een zaal wil boeken in CC De Bogaard, botst al snel op hetzelfde antwoord: bezet. Niet door theater, niet door muziek, maar door dansschoenen. 69 van de 250 beschikbare dagen gaan naar Haspengouwse dansscholen. Bijna één op vier. En één school loopt daarbij ver voor op de rest.
Het was een indrukwekkend beeld: meer dan honderd dansende kinderen, ouders met spandoeken, een petitie met 1.500 handtekeningen. Davinia Janssens van Davinia's Dance Complex (DDC) weet hoe ze een statement maakt. Maar een statement is nog geen argument, en een stoet is nog geen oplossing.
De kern van de klacht is begrijpelijk: DDC is gegroeid, heeft meer leerlingen dan ooit, en wil twee weekends per jaar de schouwburg van CC De Bogaard kunnen huren voor haar eindejaarshows. Het nieuwe verhuurreglement, goedgekeurd in december 2025, staat dat niet toe. Elke vereniging krijgt maximaal zeven opeenvolgende dagen. DDC voelt dat als een aanval op haar bestaansrecht. Maar laten we even stilstaan bij wat dat reglement precies inhoudt, en bij wat DDC er zelf al uit krijgt.
Een reglement dat DDC al bevoordeelt.
Als erkende Truiense vereniging betaalt DDC slechts 15% van het commerciële tarief. Dansscholen van buiten Sint-Truiden betalen het dubbele. DDC geniet ook een voorkeurrecht na drie jaar werking. Dat zijn geen kleine voordelen, dat is een systeem dat lokale verenigingen actief beschermt. En terecht: de Truiense belastingbetaler financiert die infrastructuur mee. Toch klinkt het bij DDC alsof de stad hen de deur wijst. "Jullie zijn te groot voor ons cultureel centrum", zou het reglement zeggen, aldus Janssens. Die framing is gevat, maar eerlijk is ze niet.
Uit de interne cijfers blijkt dat de druk op de agenda aanzienlijk groter is dan vaak wordt voorgesteld. In totaal zijn dansscholen gedurende negen weken aanwezig in het CC, goed voor 63 bezettingsdagen. Tel daarbij de Sinterklaasshow van DDC, de voorjaarsshow van TDF en DDC, en de Dancewaves-competitie, en je komt op 69 dagen waarop dansscholen het CC in beslag nemen. Dat is meer dan één op vier van de 250 beschikbare dagen. De eigen programmatie van het cultuurcentrum besloeg slechts 97 dagen. De druk op de agenda is dus reëler dan de eerder gecommuniceerde cijfers deden uitschijnen.
Vijf shows per week: een bovengrens, geen aanval.
Het reglement laat maximaal vijf voorstellingen per week toe. Dat lijkt DDC te knellen omdat ze te veel leerlingen heeft om iedereen in vijf shows te laten optreden. Maar dat argument snijdt twee kanten. Als de groei van een organisatie structureel de capaciteit van de beschikbare infrastructuur overstijgt, is dat geen fout van het reglement. Dan is de vraag of dit de juiste locatie is voor die schaal. De totale capaciteit van het gebouw, schouwburg, podium, kleedkamers én danslokaal samen, bedraagt maximaal 635 personen. Dat is een brandveiligheidsgrens. Geen onderhandelingspositie. Geen beleidskeuze. Een harde wet.
Er is ook een financiële realiteit die zelden wordt benoemd. Een ticket voor een DDC-show kost 25 euro. De schouwburg biedt plaats aan 418 toeschouwers. Negen uitverkochte shows leveren DDC afgerond 94.050 euro aan ticketinkomsten op, bovenop het lidgeld dat ouders betalen en de danskledij die via de school wordt aangekocht. Elke extra show betekent ruim 10.000 euro bijkomende inkomsten. Dat is een commerciële realiteit die moeilijk te negeren valt in een debat over het gebruik van door de belastingbetaler gesubsidieerde infrastructuur.
Bovenlokale werking
Janssens gooit ook een opvallende steen in de vijver: als er geschrapt moet worden, begin dan met de dansscholen van buiten Sint-Truiden. Het klinkt goed, maar het is juridisch en beleidsmatig een mijnenveld. CC De Bogaard ontving de voorbije jaren meer dan 1,1 miljoen euro aan Vlaamse investeringssubsidies, precies omdat het centrum een bovenlokale rol vervult. Die subsidies zijn expliciet gekoppeld aan infrastructuur die het lokale niveau overstijgt. In 2023 kwam 29% van de bezoekers uit aangrenzende gemeenten en 24% uit de ruime regio. Die bovenlokale werking is geen liefdadigheid, ze is een subsidievoorwaarde. Wie externe groepen systematisch weert, riskeert die erkenning, en het geld dat daarmee gepaard gaat, te verliezen.
Een reglement dat al soepel toegepast wordt.
Wat weinig aan bod komt in het verhaal van DDC: het stadsbestuur maakt al uitzonderingen waar dat kan. DDC mag haar Sintshows zes keer op één dag spelen, terwijl het reglement maximaal twee per dag toelaat. Op feestdagen, officieel geen verhuurdag, werden shows van DDC en TDF toch toegestaan. Dat zijn geen kleine concessies. Maar elke uitzondering creëert precedenten. Elk precedent verzwakt de rechtsgelijkheid waarvoor ook andere verenigingen, kleinere verenigingen, zonder petitieleger, aanspraak op mogen maken. Basisschool De Letterfant kon haar honderdjarig bestaan niet vieren in CC De Bogaard en moest uitwijken naar Borgloon. Dat is geen abstracte beleidskwestie. Dat zijn concrete gevolgen van een agenda die al onder druk staat.
De gemakkelijke weg.
DDC had kunnen kiezen voor de moeilijke weg: een ernstig gesprek over infrastructuurplanning, over alternatieve locaties, over wat haalbaar is binnen de marges van het reglement. In plaats daarvan koos ze voor de gemakkelijke weg: publieke druk, emotionele beelden, een petitie. En als klap op de vuurpijl: een apart gesprek met de burgemeester, buiten de schepen om die het dossier beheert. Dat is tactisch slim, van de kans dat Vandenhove met "de oplossing" zal komen, is een aan de waarheid grenzende waarschijnlijkheid. Maar het is geen dialoog. En het lost niets op voor de tientallen andere verenigingen die ook een plek zoeken in een cultureel centrum met een te kleine agenda voor iedereen die er een beroep op wil doen.
DDC is ongetwijfeld een waardevolle dansschool met gepassioneerde leerlingen en een gedreven uitbouwer. Maar grootte geeft geen recht op voorrang. En een indrukwekkende stoet is nog geen reden om een democratisch, goeddoordacht en goedgekeurd reglement te herschrijven.




Opmerkingen