Ru! Ru! Ru! Naar het Noorden: “Met de MS Rotterdam door de fjorden, in de zomer van Haaland”
- Dirk Selis

- 22 jul
- 10 minuten om te lezen

Ru! Ru! Ru! Terwijl Erling Haaland op zijn oorlogstrom slaat en Noorwegen de halve wereld massaal aan het roeien krijgt, vaar ik met een gemiddelde kruissnelheid van 18 tot 22 knopen dezelfde richting uit: naar het noorden, naar het land van de voetballende opperviking zelf.
Het is de zomer van 2026, de zomer waarin de Noren voor het eerst sinds 1998 nog eens meedoen aan een WK voetbal en dat doen alsof ze nooit iets anders gedaan hebben. Op de dag van ons vertrek, zondag 5 juli, roeit Haaland hoogstpersoonlijk Brazilië naar huis: twee goals, 2-1, en van Kirkenes tot Kristiansand zit een heel volk op de roeibank. Wij nemen de trage route.

Er is iets vanzelfsprekends aan een schip dat Rotterdam heet en dat afvaart uit Rotterdam. Op een lome zomerzondagavond, terwijl de Erasmusbrug haar lichten nog niet nodig heeft, maakt de ms Rotterdam zich los van de Cruise Terminal aan de Wilhelminakade, dezelfde kade waar ooit de Holland-Amerika Lijn haar landverhuizers inscheepte richting Ellis Island. Wij varen de andere kant op: noordwaarts, naar Noorwegen, in de eerste week van juli. Het seizoen waarin de fjorden op hun voordeligst zijn en de zon amper de moeite doet om onder te gaan. En het seizoen, dit jaar, waarin de rest van het continent staat te koken: België en zowat heel Europa hebben in juli al drie hittegolven op de teller, de rush op airco’s en ventilatoren is een feit. Wie richting Middellandse Zee trekt, boekt een sauna. Wij varen naar een land waar de thermometer beleefd blijft, het koelere Noorwegen heeft er deze zomer stilletjes een troef bij.
De Rotterdam is de zevende die deze naam draagt, het vlaggenschip van Holland America Line, in de vaart sinds 2021. Geen drijvend pretpark met glijbanen en klimwanden, maar een schip van de oude school in een nieuw jasje: veel donker walnotenhout, messing, verse bloemen op elke tafel, en een kunstcollectie, grotendeels gewijd aan muziek, waar menig museum jaloers op zou zijn. Bijna 2.700 passagiers kan ze herbergen, verdeeld over hutten waarvan het gros een eigen veranda heeft, en dat laatste is op deze route geen luxe maar een aanrader: wie in een fjord wakker wordt, wil dat doen met de deur open en de bergen op armlengte. Het publiek aan boord is internationaal, overwegend volwassen en aangenaam onhaastig. Wie een dagprogramma vol schuimparty’s verwacht, is op het verkeerde schip; wie een goede band, een betere martini en een fauteuil met zeezicht zoekt, is thuis.
Dag op zee: de kunst van het nietsdoen
De eerste volle dag is een zeedag, en dat blijkt geen straf. De Noordzee toont zich van haar zomerse, meegaande kant, en binnen ontvouwt zich het ritme dat de rest van de week zal bepalen. Ontbijt in de Lido Market, een ongelofelijk uitgebreid marktachtig buffet waar je van verse omeletten tot Noorse zalm kunt gaan of beschaafder in de Dining Room over twee dekken, met bediening, tafellinnen en uitzicht op het kielzog. Koffie met een stroopwafel in het Grand Dutch Café, waar ze ook bitterballen en Heineken van de tap serveren; Holland America draagt haar roots niet voor niets in de naam. De middag vult zichzelf: een lezing over de fjorden die komen gaan, een boek in de Crow’s Nest hoog voorin het schip, een dutje op het promenadedek, waar houten ligstoelen en wollen plaids klaarliggen alsof het 1938 is.

’s Avonds komt het schip pas echt tot leven op de Music Walk, de muzikale ruggengraat van de Rotterdam. In de Rolling Stone Lounge speelt een strakke liveband zich door vijftig jaar rockgeschiedenis, bij Billboard Onboard duelleren twee pianisten met verzoeknummers van het publiek, en in het B.B. King’s-repertoire vloeit de blues tot ver na middernacht. In de World Stage, het theater met een led-scherm van 270 graden, wisselen shows en sprekers elkaar af. Wie het rustiger wil, vindt in de Ocean Bar een martini en een fauteuil. En wie helemaal niets wil, boekt een behandeling in de Greenhouse Spa en kijkt vanuit het thermale bad naar een horizon die maar niet donker wil worden.

In BB Kings Blues Club geraak ik aan de praat met Paul, een echte cruiser. "Een echte cruiser herken je niet aan zijn koffer, maar aan zijn tempo", doceert hij. "Het is iemand die begrepen heeft dat het schip de bestemming is en de havens de toegift; Iemand die op een zeedag niet vraagt "wat is er te doen?" maar "waar staat mijn stoel?". Een echte cruiser kent het verschil tussen bakboord en stuurboord, tussen de vroege en de late zitting, en tussen een medepassagier die je groet en een medepassagier die je mijdt. Hij heeft een vaste kruk aan de bar waar de barman na twee avonden zijn bestelling niet meer vraagt, hij loopt zijn ochtendrondje over het promenadedek alsof het een verplichting is die hij zichzelf met plezier oplegt, en hij weet dat de beste plek aan boord nooit in de brochure staat. Een echte cruiser heeft geen haast om aan land te gaan en geen spijt als hij terugkeert. Landrotten tellen de havens; de echte cruiser telt de dagen op zee, en vindt er nooit genoeg."
"Een echte cruiser herken je niet aan zijn koffer, maar aan zijn tempo. Het is iemand die begrepen heeft dat het schip de bestemming is en de havens de toegift
Wat niemand je vooraf goed kan uitleggen, is het licht. Ålesund ligt op ruim 62 graden noorderbreedte, nog een flink eind onder de poolcirkel, dus van middernachtzon is er strikt genomen geen sprake, maar begin juli gaat de zon er pas tegen half twaalf onder, en echt donker wordt het daarna niet meer. De avond blijft gewoon hangen. Om tien uur denk je: nog even. Om elf uur sta je nog altijd aan de reling, terwijl je lichaam volhoudt dat het halfacht is. De hemel schuift van goud naar zalmroze naar een soort parelgrijs dat nergens anders bestaat, en blijft daar dan uren in steken, alsof iemand de schemering op pauze heeft gezet. Slapen voelt als vertrekken op het hoogtepunt van een feest. Wij losten het op zoals de Noren: gordijnen potdicht, en overdag ruiterlijk toegeven dat je moe wordt van zoveel licht.
Eidfjord: aan het einde van de Hardangerfjord
Op dinsdagochtend om acht uur schuift het schip Eidfjord binnen, een dorp van nog geen duizend zielen aan het uiterste einde van de Hardangerfjord. Wie uitslaapt, mist het beste deel: de aanloop is het halve spektakel. Urenlang glijdt de Rotterdam door een fjord die op sommige plaatsen achthonderd meter diep is, geflankeerd door wanden waar het smeltwater in juli op volle kracht naar beneden komt, watervallen niet als zilveren draden, maar als losgeslagen brandkranen. De flanken zijn diepgroen, de toppen houden koppig hun laatste sneeuwvelden vast, en langs het water liggen de boomgaarden waaraan Hardanger haar bijnaam van fruittuin van Noorwegen dankt. Begin juli is dat geen loze titel: de kersen zijn rijp, en aan de kade en langs de weg staan stalletjes waar je ze per bakje koopt, glanzend donkerrood en belachelijk zoet.

Vanuit Eidfjord voert de klassieke excursie naar de Vøringsfossen, Noorwegens beroemdste waterval, die zich 182 meter naar beneden stort in het Måbødal, sinds enkele jaren te bewonderen vanaf een duizelingwekkende trapbrug die dwars over de kloof hangt. Wie liever op eigen benen blijft, loopt in een klein uur naar het oude dorpskerkje uit de dertiende eeuw of langs het meer van Eidfjordvatnet, en wie context wil bij al dat natuurgeweld, vindt die in het natuurcentrum van Hardanger even buiten het dorp. Om vier uur gooien we los, en dan volgt de kers op de taart: scenic cruising terug door de Hardangerfjord, uren aan een stuk, met de zon nog hoog en een glas in de hand op het promenadedek. Niemand haast zich naar binnen.
"De avond blijft gewoon hangen. Om tien uur denk je: nog even. Om elf uur sta je nog altijd aan de reling, terwijl je lichaam volhoudt dat het halfacht is.
Olden: gletsjerblauw in de Nordfjord
Woensdag brengt ons dieper het land in, naar Olden aan de Nordfjord. Ook hier is de binnenvaart een attractie op zich, de Nordfjord kronkelt ruim honderd kilometer landinwaarts tussen steeds hogere bergen. Olden zelf is nauwelijks meer dan een handvol huizen en twee witte kerkjes, maar het is de toegangspoort tot de Briksdalsbreen, een uitloper van de Jostedalsbreen, de grootste gletsjer van het Europese vasteland. De weg erheen, door het Oldedal, is al de moeite: de meren die je passeert kleuren melkachtig turquoise van het gletsjermeel, een kleur die op foto’s steevast bewerkt lijkt en het niet is.

Het laatste stuk naar de gletsjer gaat te voet of met de open “trollwagentjes”, langs kolkend smeltwater en dwars door de waternevel van de Kleivafossen, een poncho is geen overbodige luxe, een goed humeur komt vanzelf. Het gletsjerfront zelf is de voorbije decennia zichtbaar teruggetrokken, een les in klimaatverandering die geen enkel museum zo aanschouwelijk maakt, maar het blauwgroene ijs boven in de vallei blijft overweldigend. Wie hoogte wil, neemt de Loen Skylift in het naburige Loen: in vijf minuten zoeft de kabelbaan duizend meter omhoog naar de Hoven, met een uitzicht over fjord, dal en gletsjer dat elke superlatief overbodig maakt en met wandelpaden boven de boomgrens voor wie er niet genoeg van krijgt. Om zeven uur ’s avonds varen we weg, in vol daglicht, en de boerderijen langs de fjord liggen er in de avondzon bij als een prentkaartje dat zichzelf ernstig neemt.

Ålesund: jugendstil aan zee
Ålesund, donderdag, is de stedelijke verrassing van de reis. In januari 1904 brandde de houten stad in één nacht volledig af; ze werd in amper drie jaar herbouwd, en wel in de stijl die toen het modernste van het modernste was: de jugendstil. Het resultaat is een van de meest homogene art-nouveaustadjes van Europa, een sprookjesdecor van torentjes, erkers en gevelornamenten, uitgestrooid over een reeks eilandjes tussen fjord en open zee. In juli komt daar nog een laag bij: overal wapperen Noorse vlaggen, en in de etalages hangt het shirt met rugnummer negen. Het WK is hier geen sportnieuws, het is volksverhuizing.
De verplichte oefening is de beklimming van de Aksla: 418 treden vanuit het stadspark naar het uitzichtpunt Fjellstua, vanwaar de stad eruitziet als een maquette die een architect met te veel fantasie heeft gebouwd. Beneden lonken het Jugendstilsenteret, gevestigd in een voormalige apotheek waar de tijd in 1907 is blijven stilstaan, en de visrestaurants langs de Brosundet, waar de klipfisk, gedroogde en gezouten kabeljauw, ooit de exportmotor van de stad, nog altijd op de kaart staat. Wie met kinderen reist of gewoon van vissen houdt, wandelt door naar het Atlanterhavsparken, een zeeaquarium dat half in de rotskust is gebouwd.

Bergen: hanzestad in de zon (jawel)
Vrijdag meert de Rotterdam af in Bergen, de oude hanzestad* en onbetwiste hoofdstad van de fjorden. Bergen heeft de reputatie dat het er altijd regent, ruim tweehonderd dagen per jaar, zeggen de statistieken, maar wij treffen de stad in zomerse doen, en dan is ze op haar onweerstaanbaarst. De houten handelshuizen van Bryggen, UNESCO-werelderfgoed, leunen al eeuwen schots en scheef tegen elkaar aan; in de smalle gangen erachter huizen tegenwoordig ateliers en galerietjes waar het naar oud hout en koffie ruikt. De Fløibanen brengt je in acht minuten naar de top van de Fløyen, driehonderd meter boven de stad, en op de vismarkt aan de Torget wordt sinds de dertiende eeuw gehandeld in alles wat de Noorse zee oplevert, tegenwoordig ook in kreeftenbroodjes aan prijzen waar je even van moet bekomen, maar dat hoort bij Noorwegen zoals de regen bij Bergen.
"De houten handelshuizen van Bryggen, UNESCO-werelderfgoed, leunen al eeuwen schots en scheef tegen elkaar aan; in de smalle gangen erachter huizen tegenwoordig ateliers en galerietjes waar het naar oud hout en koffie ruikt.

Vroeg in de ochtend, wanneer de toeristenstromen nog aan hun scheepsontbijt zitten, is Bryggen op haar mooist. Ik raak er aan de praat met Kjetil Sorensen, eigenaar van een van de scheefgezakte houten huisjes. De Noren zijn slim, zo blijkt uit zijn verhaal: in de winkeltjes van Bryggen geen Chinese brol, maar houten souvenirs, stuk voor stuk gemaakt door mensen uit Bergen zelf. En nieuwbouw? Daar doen ze hier niet aan. Renoveer maar wat we hebben, luidt het devies, en dat levert een stad op die uit één stuk lijkt gesneden, waar je met de handen in de zakken uren blijft rondlopen.

Wie muzikaal is aangelegd, trekt naar Troldhaugen, de villa van componist Edvard Grieg even buiten de stad. Wie voetbal in het bloed heeft, blijft in het centrum hangen, waar de terrassen gonzen van één onderwerp: morgen speelt Noorwegen in Miami de eerste WK-kwartfinale uit haar geschiedenis, tegen Engeland. Om vijf uur klinkt de scheepshoorn en zet de Rotterdam koers naar het zuiden.

Terug over de Noordzee
De laatste zeedag is er een van uitpakken in omgekeerde richting: nog één keer uitgebreid dineren, in Rudi’s Sel de Mer voor de Franse brasseriekeuken, de Pinnacle Grill voor een steak van formaat, Canaletto voor de Italiaanse klassiekers of Tamarind voor de Aziatische verfijning hoog op dek tien. Nog één keer de pianisten van Billboard Onboard uitdagen met een onmogelijk verzoeknummer. Nog één keer ’s ochtends een rondje over het promenadedek, drie en een halve ronde voor een mijl, met de wind in de rug. En toch nog even de Spa induiken.

En dan, laat op de avond, terwijl het schip door een kalme Noordzee huiswaarts stoomt, eindigt in Miami het Noorse sprookje. Schjelderup zet Noorwegen nog op voorsprong, maar Bellingham antwoordt voor rust en Engeland wint met 1-2. Het roeien valt stil, van Kirkenes tot Kristiansand, al zal geen Noor deze zomer ooit nog vergeten. Wij evenmin: wanneer we in het ochtendgloren de haven van Rotterdam binnenvaren, voelt het vreemd passend dat het toernooi van de Noren precies zo lang duurde als onze reis door hun land.

Een week Noorse fjorden in juli is een reis voor wie licht zoekt, dat noordelijke zomerlicht dat om elf uur ’s avonds nog volstaat om op je veranda een boek te lezen, en, in een zomer als deze, verkoeling. Het is bovenal een reis voor wie een schip niet ziet als vervoermiddel maar als bestemming. De Rotterdam is daarvoor gebouwd. Ze draagt haar naam met ere, en ze brengt je thuis met het gevoel dat je heel ver weg bent geweest, terwijl je eigenlijk gewoon even om de hoek keek: bij de noorderburen van de noorderburen, waar de bergen recht uit zee oprijzen, het water duizend tinten grijs en groen kent en een heel volk deze zomer leerde roeien zonder boot.
Gevaren met de ms Rotterdam van Holland America Line, 5 – 12 juli 2026, Rotterdam – Eidfjord – Olden – Ålesund – Bergen – Rotterdam.
*Een hanzestad (vaak geschreven als "hanzestad", van "Hanze") is een stad die lid was van de Hanze: een middeleeuws handelsverbond van steden en kooplieden rond de Noordzee en de Oostzee, dat zijn hoogtepunt kende tussen de 13de en de 15de eeuwDe Hanze was geen staat maar een netwerk. Steden sloten zich aan om samen handelsroutes te beveiligen, tolvoordelen af te dwingen en gezamenlijk handelskantoren (kontore) te runnen in plaatsen als Brugge, Londen, Bergen en Novgorod. Lübeck gold als de onofficiële hoofdstad. Verhandeld werd vooral graan, hout, pels, zout, haring, bier en laken.
Je kan deze prachtige reis naar het Noorden hier boeken




Opmerkingen