‘Zal ik je eens een jeugdherinnering vertellen, Linda?’



Trudocs start met de reeks 'Nicole en Linda' van Truienaar Jan Flamend alias Paul Desmedt. Het gaat over beste vriendinnen alhoewel ze erg verschillend zijn, Nicole is schrijfster en Linda is dokter, toch hebben ze een unieke band. Een band die vooral op humor gebaseerd is. Ze vinden dat ze met alles moeten kunnen lachen. Ze vertellen elkaar alles. Hun leven kabbelde rustig voort, tot het door de corona epidemie overhoop gehaald werd. Niemand is immuun voor de ellende die corona met zich meegebracht heeft. Niettemin nemen ze de uitdaging van het virus aan. Ze voeren cassante gesprekken waarmee ze het virus de loef proberen af te steken, met een lach en een traan. Hun verhaal loopt van 8 november 2019 tot 6 april 2022. Ze zagen en klagen maar ze proberen ook hun zegeningen te tellen. Tot het noodlot toeslaat. Bekijk de telefonische conversaties van Nicole en Linda als buitenstaander en je zal moeilijk je lach kunnen inhouden. Soms uitvergroot en hilarisch, soms vertederend of zelfs pijnlijk, Nicole en Linda is een reeks die je niet onberoerd laat.


‘Ik ben een en al oor, Nicole.' ‘Als jong meisje luisterde ik gefascineerd naar de verhalen die mijn tante vertelde. Het waren geen echte verhalen, maar verslagen van de gesprekken die ze met haar vriendinnen had gevoerd. Heel omstandig bracht ze mijn moeder op de hoogte van alles wat ze gezegd had, en wat haar gesprekspartner gezegd had. De meest gebruikte woorden waren “ik zei” en “zij zei”.


“Ik zei” veel vaker dan “zij zei”. Tante wilde duidelijk maken hoe het gesprek echt ver­lopen was, en wat haar precieze aandeel daarin ge­weest was. Ik begreep niet goed waarom zo’n ge­sprek helemaal overgedaan moest worden, en wat mijn moeder en ik daar nu wel aan konden hebben. Op een keer overhoorde ik het oorspronkelijke gesprek én het relaas achteraf, en dat laatste was een heel selectieve weergave van wat er echt gezegd was. Ik begreep toen dat mensen die zichzelf citeren niet echt op hun woord geloofd moesten worden.'


‘Ha, dat is wel grappig. Dat is zoals bij Veerle, onze burgemeester, Nicole.’

‘Veerle Heeren?’


Veerle, die heeft een gelijkaardige drang tot auto­citatie. Als een journalist Veerle aan het woord liet, was dat meestal om Veerle de kans te geven om te herhalen wat zij altijd al had gezegd, en zij begint elke uitspraak dan ook met “ik heb altijd al gezegd dat…” en dat moet het onwrikbare gelijk van ons Veerle bewijzen. Zij had het al gezegd en dus was het waar.’


‘Tante zei altijd: ik zeg dat gelijk als dat het is. Daar viel niet aan te tornen. Andere mensen twijfelen doorgaans aan de waarheidswaarde van hetgeen ze zeggen, alleen wanneer ze echt zeker en oprecht zijn laten ze hun uitspraak voorafgaan door “om eerlijk te zijn”, of “eerlijk gezegd”. Ik heb nooit begrepen dat men­sen zo dom kunnen zijn om te suggereren dat ze in alle andere gevallen aan het liegen zijn. Het is zoals Jim Carrey in de hilarische film Liar Liar, waarin hij de rol speelt van een gepatenteerd liegende advo­caat, en dat tot groot verdriet van zijn zoontje. Die doet de wens dat zijn vader gedurende één dag niet kan liegen, met als gevolg dat Carrey niet meer als advocaat kan functioneren. Hij gaat zelfs eerlijk zeggen wat hij denkt, waardoor hij iedereen begint uit te schelden.’


‘Hahaha. Weet je wat Charles De Gaulle zei? “Vermits politici zelf niet geloven wat ze vertellen, zijn ze verbaasd als blijkt dat de mensen wel geloven wat ze zeggen.”’


‘Hij kan het weten. Nu, het gebabbel en geratel van mijn tante leerde mij nog een andere dimensie van de menselijke communicatie: de angst voor de stilte. Er moest gepraat worden, en liefst zoveel mogelijk. Als er een stilte viel, was dat ondraaglijk, en die leemte moest meteen worden gevuld. Ik heb nooit goed begrepen wat er nu zo erg is aan stilte als mensen samen zijn: is het de angst om wat de andere denkt, is het de beklemmende vaststelling dat we elkaar eigenlijk niks te vertellen hebben, is het onze saai­heid die plots aan iedereen geopenbaard wordt? Men stelle zich mijn opluchting voor toen ik in een interview met Umberto Eco las dat hij met zijn vrouw was getrouwd omdat ze goed samen konden zwijgen. Hij vertelde van een autoreis die ze door Frankrijk maakten, en de uren die ze heerlijk samen doorbrachten zonder een woord te hoeven zeggen.’


‘Dat vind ik zo heerlijk aan onze gesprekken, Nicole. Wij hoeven ook niet de hele tijd te praten.’


‘Ich zeg niks ne méé, hahaha.’

‘Noch een apero spritske, schat?’


‘Turlek, mètske.’

374 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Beste Nina,